Vrijspraak bezit kinderporno: niet geheel onaannemelijke dat verdachte gegevensdragers met kinderpornografisch materiaal uit een eerdere zaak van de politie heeft teruggekregen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 oktober 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:9385

Uit het proces-verbaal van bevindingen kinderporno-onderzoek d.d. 27 augustus 2013 en het hierop aanvullende proces-verbaal van bevindingen kinderporno-onderzoek d.d. 1 november 2013 blijkt dat op een onder verdachte in beslag genomen laptop van het merk Asus, in de "accessible files", vijf kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen. Het vorenstaande leidt naar het oordeel van het hof weliswaar tot een zwaarwegend vermoeden inzake bezit van afbeeldingen in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht, maar is in zijn algemeenheid voor het bewijs van strafbaar bezit op zichzelf niet voldoende. Daarmee komt de beoordeling van de tenlastelegging feitelijk neer op de beantwoording van de vraag of wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte deze kinderpornografische foto’s in bezit had en het opzet van de verdachte, al dan niet in voorwaardelijke vorm, daarop was gericht.

Verdachte heeft consequent ontkend dat hij na zijn eerdere veroordeling kinderporno heeft gedownload of dat hij opzet heeft gehad op het bezit daarvan. Volgens verdachte heeft hij vermoedelijk per abuis gegevensdragers met kinderpornografisch materiaal van de politie teruggekregen na een eerdere zaak en heeft hij de bestanden op de gegevensdragers, in de veronderstelling dat daar geen kinderpornografisch materiaal op was achtergebleven, naar zijn nieuwe laptop gekopieerd. Dit gekopieerde kinderpornografisch materiaal zou de politie tijdens het onderhavige onderzoek door de politie op de laptop van verdachte hebben aangetroffen.

Hoewel kan worden vastgesteld dat verdachte feitelijk gezien in het bezit is geweest van kinderporno, ontbeert het dossier informatie op grond waarvan het niet geheel onaannemelijke door de verdediging geschetste scenario dat verdachte gegevensdragers met kinderpornografisch materiaal van de politie heeft teruggekregen, kan worden weerlegd. Van andere en/of bijkomende omstandigheden, waaruit de wetenschap van de verdachte omtrent de aanwezigheid van het kinderpornografisch materiaal op zijn laptop, blijkt uit onderhavig strafdossier niet.

Gezien deze feiten en omstandigheden komt het hof tot de conclusie dat het strafdossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om te komen tot een bewezenverklaring van de voor strafbaarheid benodigde “wetenschap” (in de zin van bewustheid) dat zich kinderpornografische afbeeldingen bevonden op de laptop waarover verdachte beschikkingsmacht had, mede gelet op de omstandigheid dat het een geringe hoeveelheid foto’s betreft. Aldus kan niet bewezen worden verklaard dat verdachte welbewust kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad en dient ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde vrijspraak te volgen.

Lees hier de volledige uitspraak.


Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF