Beantwoording Kamervragen over contant geld

Minister Hoekstra van Financiën beantwoordt Kamervragen van de Eerste Kamer over het functioneren van contant geld als betaalmiddel.

De leden van de fracties van D66 en de SP vragen hoe de gevoeligheid voor storingen van het elektronisch betalingsverkeer in kaart wordt gebracht, en welke maatregelen de Minister heeft genomen om storingen te voorkomen.

Een betrouwbaar, veilig en integer (elektronisch) betalingsverkeer is een essentieel onderdeel van een goed werkend financieel stelsel en heeft nadrukkelijk mijn aandacht. Ook die van De Nederlandsche Bank (DNB), vanuit haar centrale-banktaak en oversight-rol om de goede werking van het betalingsverkeer te bevorderen. Zoals blijkt uit haar Visie op Betalen 2018-2021 is het bevorderen van een robuuste elektronische betaalinfrastructuur een speerpunt van DNB en zet zij zich onder meer in om de weerbaarheid tegen cyberaanvallen en storingen van individuele instellingen en de sector als geheel te versterken. Vanuit haar oversight-rol stelt DNB eisen aan de beschikbaarheid van het elektronische betalingsverkeer. Dit geldt voor zowel pinbetalingen als voor overschrijvingen via internet- en mobielbankieren (onder andere betalen via iDEAL). Deze eisen zien op de bedrijfsvoering van partijen die in het betalingsverkeer actief zijn en hebben betrekking op de inrichting van hun systemen en de maatregelen die ze moeten nemen om (cyber)risico’s te voorkomen en te mitigeren. Tot slot staan de veiligheid, betrouwbaarheid en beschikbaarheid van het betalingsverkeer ook in het verband van het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) voorop. Dit blijkt uit de continue monitoring van de robuustheid van het betalingsverkeer door het MOB of door individuele leden daarvan, waardoor de gevoeligheid voor storingen in kaart wordt gebracht. Door deze wettelijke eisen en de doorlopende aandacht van DNB, het MOB en mijzelf is het Nederlandse elektronische betalingsverkeer van hoge kwaliteit en bijna altijd beschikbaar. Zo was de beschikbaarheid van pinnen en contactloos betalen over 2018 99,89%.

De leden van de fracties van D66 en de SP vragen welke lessen getrokken kunnen worden uit de maatregelen die Noorwegen en Zweden hebben genomen om contante betalingen mogelijk te laten blijven. Verder vragen de leden van de fracties van D66 en SP of de huidige Nederlandse aanpak er niet toe leidt dat het ‘point of no return’ te laat wordt opgemerkt waardoor wij in Nederland in de situatie van Zweden belanden, en hoe de Minister dit gaat voorkomen? De leden van de fracties van D66 en de SP vragen welke acties de Minister onderneemt als de acceptatie van contant geld sneller daalt dan nu wordt voorzien door DNB.

Het gebruik van contant geld in Noorwegen en Zweden is significant lager dan in Nederland. Zo is het aandeel van contant geld in het aantal betalingen 11% in Noorwegen en 13% in Zweden, tegenover 45% in Nederland in 2017. De ervaringen in beide landen wijzen er wel op dat het verstandig is om de ontwikkelingen nauwgezet te volgen en aan de hand daarvan tijdig na te denken over de rol van contant geld in de (nabije) toekomst. Over de precieze acceptatiegraad van contant geld door toonbankinstellingen in deze landen is geen volledige informatie beschikbaar; in Nederland is deze 96% in 2017. Om de ontwikkelingen te kunnen volgen in de acceptatie van contant geld in Nederland laat DNB periodiek onderzoek uitvoeren en ook doet zij hier zelf samen met de Betaalvereniging Nederland terugkerend onderzoek naar.

Juist om tijdig actie te kunnen nemen en om te voorkomen dat het ‘point of no return’ te laat wordt opgemerkt, bijvoorbeeld in het geval dat de acceptatie van contant geld sneller daalt dan DNB nu voorziet, heeft het gebruik en de acceptatie van contant geld grote aandacht van het MOB, waar het ministerie toehoorder is. Binnen het MOB overleggen DNB, banken, betaaldienstverleners en verschillende belangenorganisaties (waaronder Detailhandel Nederland, de Consumentenbond, ouderenbonden en organisaties die opkomen voor mensen met een beperking) over de maatschappelijke efficiëntie van het betalingsverkeer. Binnenkort beziet het MOB of haar in 2015 geformuleerde standpunt over contant geld herijkt dient te worden in het licht van de ontwikkelingen sinds 2015. Daarnaast heeft DNB aangegeven extra aandacht te hebben voor (de afname) van het gebruik van contant geld. Zoals aangegeven in mijn brief, blijf ik de ontwikkelingen in het functioneren van contant geld en maatschappelijke reacties hierop periodiek monitoren met het MOB en DNB. Ik zal uw Kamer ook informeren over de stand van zaken bij de volgende MOB-rapportage dit voorjaar.

De leden van de fracties van D66 en de SP vragen welke lessen getrokken kunnen worden uit de maatregelen die Finland en Zweden hebben getroffen ten aanzien van de beschikbaarheid van geldautomaten. Verder vragen de leden van de fracties van D66 en de SP welke maatregelen door de Minister worden voorzien nu de veiligheid van omwonenden van geldautomaten een belangrijke afweging is geworden bij het plaatsen van deze automaten.

Het samengaan van de geld- en afstortautomaten van drie Nederlandse grootbanken (ABN AMRO, ING en Rabobank) in Geldmaat, naar Zweeds en Fins voorbeeld, zorgt ervoor dat er op efficiëntie wijze een goede dekking wordt behouden in de bereikbaarheid en beschikbaarheid van opname- en afstortpunten van contant geld. Nederland is vrij uniek met haar maatschappelijke afspraken hierover. Het MOB hanteert hiervoor de zogeheten vijfkilometernorm: de norm dat inwoners van Nederland binnen een straal van vijf kilometer contant geld kunnen opnemen. Uit rapportages hierover blijkt dat de landelijke dekkingsgraad van geldautomaten hoog is. Medio 2018 heeft 99,55% (in 2017: 99,58%, in 2016: 99,63%) van alle huishoudens in Nederland binnen een straal van vijf kilometer toegang tot een geldautomaat. De partijen die betrokken zijn bij Geldmaat hebben aangegeven de vijfkilometernorm te blijven hanteren en naar een landelijke dekkingsgraad van geldautomaten te streven die in de toekomst minimaal gelijk is aan het niveau van 2016 (99,63%) en waar mogelijk wordt verbeterd. Bij de herinrichting van de locaties waarop geldautomaten zijn geplaatst wordt rekening gehouden met de meest recente inzichten over de veiligheid van de geldautomaten zelf en van de locaties.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF