Veroordeling wegens card sharing en computervredebreuk

Rechtbank Den Haag 7 maart 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:2118

De verdachte heeft gedurende een periode van ongeveer vijf jaar en acht maanden illegaal tegen betaling Ziggo kanalen aangeboden aan anderen door card sharing. De verdachte heeft in deze periode ongeveer 342 tot 562 gebruikers/afnemers gehad. De verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan computervredebreuk door zijn legale benadeelde -abonnement via een zogenaamde Dreambox te ontsleutelen om de card sharing mogelijk te maken.

Bewezenverklaring

  • Feit 1 en 2: eendaadse samenloop van opzettelijk een voorwerp dat kennelijk is bestemd, of gegevens die kennelijk zijn bestemd, tot het plegen van het in het eerste lid van artikel 326c Wetboek van Strafrecht bedoelde misdrijf, openlijk ter verspreiding aanbieden en uit winstbejag vervaardigen en bewaren, terwijl de schuldige van het plegen van dit misdrijf zijn beroep maakt, meermalen gepleegd

  • computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt en worden overgedragen door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt

Strafoplegging

  • een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden en een taakstraf van 240 uur.

Vordering benadeelde partij

Benadeelde heeft zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van €755.760 aan materiële schade.

De conclusie van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering. De vordering is met de door de heer woordvoerder benadeelde ter terechtzitting gegeven toelichting voldoende onderbouwd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, dan wel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De onderbouwing van de materiële schade is onvoldoende en de causaliteit is niet eenvoudig vast te stellen. De vordering levert dan ook een onevenredige belasting op van het strafproces. Indien de rechtbank (een gedeelte van) de vordering zal toewijzen, doet de verdediging het voorwaardelijk verzoek een aantal van de klanten (bijvoorbeeld 40) als representatieve steekproef te horen als getuige.

Het oordeel van de rechtbank

Het door benadeelde gevorderde bedrag is door de verdediging betwist. De rechtbank is van oordeel dat de hoogte van het bedrag dat de benadeelde partij zou zijn misgelopen niet eenvoudig is vast te stellen, omdat niet vaststaat dat de klanten van de verdachte ook een soortgelijk abonnement bij benadeelde zouden hebben afgesloten. Daarbij komt dat de benadeelde partij wellicht andere mogelijkheden had om de inbreuk door de verdachte eerder te stoppen, aangezien de benadeelde partij al in een vroeg stadium op de hoogte was van de card sharing door de verdachte. Aanhouding van de zaak voor nader onderzoek en een nadere onderbouwing levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet‑ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF