Minister: politie zal computers niet zomaar binnendringen

De Wet computercriminaliteit III geeft politie de bevoegdheid om systemen van verdachten binnen te dringen, maar deze bevoegdheid zal niet zomaar worden gebruikt, zo heeft minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid op vragen van de SP-fractie laten weten:

"De aanwijzing van een delict in het Besluit onderzoek in een geautomatiseerd werk (hierna: besluit) betekent niet dat in elk onderzoek naar een aangewezen delict inzet van de bevoegdheid tot het op afstand heimelijk binnendringen in een geautomatiseerd werk en het verrichten van onderzoekshandelingen met het oog op overnemen van gegevens of het ontoegankelijkmaken van gegevens aan de orde kan zijn. In de Wet computercriminaliteit III zijn strikte voorwaarden verbonden aan de inzet van de bevoegdheid. Deze voorwaarden zijn bij de parlementaire behandeling bij verschillende gelegenheden aan de orde gekomen. Vereist is een verdenking van een misdrijf dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. Daarnaast moet sprake zijn van een dringend opsporingsbelang. Dit is voorgeschreven in de artikelen 126nba, 126uba en 126zpa van het Wetboek van Strafvordering. Het vereiste van een dringend onderzoeksbelang brengt tot uitdrukking dat de inzet van de bevoegdheid voldoet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Inzet blijft achterwege als met lichtere opsporingsmiddelen kan worden volstaan. De toetsing van de proportionaliteit hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Deze afweging kan er in een concrete zaak toe leiden dat de inzet wordt beperkt in tijd of in reikwijdte. Ook kan dit tot gevolg hebben dat in zijn geheel wordt afgezien van de toepassing van de bevoegdheid, bijvoorbeeld als er sprake is van een lichte verschijningsvorm van een aangewezen delict, een zogenoemd licht delictscenario. Inzet van de bevoegdheid dient vooraf goedgekeurd te worden binnen het OM (Centrale Toetsingscommissie en het College van procureurs-generaal) en door de rechter-commissaris.

Fraude, zoals valsheid in geschrifte, is een ernstige vorm van commune criminaliteit die zich in toenemende mate naar het digitale domein verplaatst. Fraude kan tot ernstige maatschappelijke schade leiden. Het heimelijk binnendringen in een geautomatiseerd werk en het verrichten van onderzoekshandelingen met het oog op veiligstellen van digitaal bewijs of het stopzetten van criminele activiteiten is nodig om vormen van georganiseerde criminaliteit en grootschalige fraude tegen te gaan waarbij het geautomatiseerde werk met behulp waarvan de fraude wordt gepleegd in toenemende mate vaak het enige aanknopingspunt vormt voor de opsporing. Een voorbeeld hiervan is vacaturefraude die op een steeds grotere schaal slachtoffers maakt onder bedrijven en argeloze burgers die op zoek zijn naar een nieuwe baan. Er worden werknemers digitaal geworven, het solliciteren en werken gaat digitaal en vervolgens worden de identiteiten van werknemers misbruikt voor het openen van nieuwe sites, voor de afscherming van nieuwe strafbare feiten en het werven van nog meer slachtoffers. Het programma Opgelicht heeft hier een uitzending aan gewijd waarin naar voren komt hoe slachtoffers, bedrijven en ook de opsporing al snel in een web van verhulling terechtkomen dat de ware daders en initiators afschermt. Het is niet mogelijk gebleken om met de huidige opsporingsbevoegdheden zicht te krijgen op de daders achter deze fraude, terwijl er wel zicht is op de geautomatiseerde werken waarmee de afscherming wordt vorm gegeven.

De bevoegdheid om heimelijk een geautomatiseerd werk binnen te dringen kan en zal niet lichtvoetig worden ingezet voor lichte delictscenario’s van fraude, zoals de door de leden van de fractie SP geschetste casus. Het bezit van een valse identiteitskaart door een jongere in de horeca is eenvoudig te bewijzen aan de hand van het document zelf. Hierbij is geen sprake van een ernstige inbreuk op de rechtsorde of een dringend onderzoeksbelang. Het is dan ook niet voorstelbaar dat een officier van justitie in dit verband de inzet van de binnendringbevoegdheid zal bevelen, laat staan dat hiervoor goedkeuring verleend zou worden binnen het OM en door de rechter-commissaris."

Lees verder:


Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF