Themanummer Justitiële verkenningen: Digitalisering van georganiseerde misdaad

De digitalisering van de samenleving en het massale gebruik van internet hebben de samenleving in de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Ook de zware en georganiseerde criminaliteit is niet onberoerd gebleven. Criminelen weten elkaar dankzij internet en ICT in bredere zin gemakkelijk te vinden en kunnen afgeschermd met elkaar communiceren. Ook kunnen aanbieders en vragers van illegale goederen en diensten ‘vanachter hun bureau’ zakendoen met elkaar. Bovendien is het bereik aan potentiële slachtoffers voor bijvoorbeeld fraude met betalingsverkeer sterk toegenomen en zijn er nieuwe mogelijkheden voor het witwassen van criminele verdiensten. Deze digitalisering van zware en georganiseerde criminaliteit is het thema van dit nummer van Justitiële verkenningen.

In het openingsartikel ‘De aard en aanpak van georganiseerde cybercrime. Bevindingen uit een internationale empirische studie’ behandelen G. Odinot, C. de Poot & M. Verhoeven de aard en samenwerkingsstructuur van georganiseerde cybercriminaliteit. Hoe gaan daders te werk? Welke structuur hebben de samenwerkingsverbanden die zich met georganiseerde cybercriminaliteit bezighouden, en hoe werken de daders daar binnen samen? 

E. Kruisbergen, R. Leukfeldt, E. Kleemans & R. Roks onderzoeken in de bijdrage ‘Criminele geldstromen en ICT: over innovatieve werkwijzen, oude zekerheden en nieuwe flessenhalzen’ hoe daders binnen de georganiseerde criminaliteit ICT gebruiken bij het regelen van geldstromen. ICT blijkt inderdaad tot financiële innovatie te hebben geleid, maar tegelijkertijd is cash in veel gevallen nog altijd ‘king’. 

M. van der Bruggen beschrijft in de bijdrage ‘Georganiseerde kinderpornonetwerken op het darkweb’ hoe het bekijken, verspreiden en produceren van kinderpornografisch materiaal een sterke impuls heeft gekregen door de opkomst van internet.

W. van der Wagen & F. Bernaards gaan in de bijdrage ‘De ‘non-human (f)actor’ in cybercrime. Cybercriminele netwerken beschouwd vanuit het ‘cyborg crime’ in op het fenomeen botnet: een netwerk van computers die, via kwaadaardige software en buiten medeweten van de eigenlijke gebruikers, onder controle staan van een dader die de bots bijvoorbeeld gebruikt voor aanvallen op een website. Een botnet is daarmee een criminele actor die mens noch machine is. 

T. Verburgh, E. Smits & R. van Wegberg stellen in de bijdrage ‘Uit de schaduw. Perspectieven voor wetenschappelijk onderzoek naar dark markets’ de vraag wat de mogelijkheden zijn voor wetenschappelijk onderzoek naar illegale marktplaatsen op het zogeheten darkweb. Bij politie-interventies tegen dark markets worden soms grote hoeveelheden data over criminele activiteiten blootgelegd, zo laten zij zien.

Hoe kunnen deze data door onderzoekers worden gebruikt? J-J. Oerlemans laat in de bijdrage ‘Facebookvrienden worden met de verdachte. Over undercoverbevoegdheden op internet’ zien hoe de drie undercover-bevoegdheden uit het Wetboek van Strafvordering ook toepassingen in de online omgeving kennen en welke vragen dekmanteloperaties op het internet met zich meebrengen.

Ten slotte beschrijft B. Custers in de bijdrage ‘Nieuwe online opsporingsbevoegdheden en het recht op privacy. Een analyse van de Wet computercriminaliteit III 100’ recente wetgeving die specifiek is gemaakt voor de digitale omgeving, de Wet computercriminaliteit III. De belangrijkste verandering daarin is de bevoegdheid van opsporingsambtenaren om in bepaalde situaties in te breken in computers en netwerken. De auteur bespreekt de legitimiteit en noodzakelijkheid van deze bevoegdheid in relatie tot het recht op privacy.

Lees verder:



Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF #overview { background: linear-gradient(to top left, #ebebeb 50%, #fff 50%); }