Europa en E-evidence – de historische dynamiek van de strafrechtelijke samenwerking

In dit artikel wordt aandacht besteed aan de plannen die de Europese Commissie onlangs heeft voorgelegd aan de Raad en het Europees Parlement met betrekking tot de vergaring van elektronisch bewijs (E-evidence). Genoemd wordt dat uitgangspunt is dat het internet per definitie internationaal en grensoverschrijdend is, zodat samenwerking in EU-verband dringend noodzakelijk wordt geacht. De Nederlandse regering is het met de Europese Commissie eens dat de huidige wederzijdse samenwerking in de EU te traag verloopt, zo wordt betoogd. Daarbij speelt mee dat mensen gebruik maken van anonimiseringstechnieken (VPN, TOR) en encryptie. Vaak is het dan niet mogelijk vast te stellen in welk land bepaalde gegevens zijn opgeslagen. Onderzoeken lopen dan vast of komen niet van de grond, terwijl er wel sprake is van Nederlandse verdachten en Nederlandse slachtoffers. Ook al is de Nederlandse grondhouding positief, de regering noemt een groot aantal punten waarover nader onderzoek en nadere onderhandelingen nodig zijn. Het draagvlak bij de andere lidstaten is aanzienlijk, zo wordt gesteld. Dat neemt echter niet weg dat er op belangrijke punten nog wel verdeeldheid bestaat, onder andere over de gewenste reikwijdte van de bevelen. De onderhandelingen zullen, naar het zich laat aanzien, nog wel geruime tijd in beslag nemen.

Lees verder:

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF