Rechtbank: Ook het ‘live’ uitkijken van de camerabeelden moet worden aangemerkt als ‘het vervaardigen van afbeeldingen’ in de zin van art. 139f Sr

Rechtbank Gelderland 29 augustus 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4801

De rechtbank Gelderland heeft een 55-jarige man uit Westervoort veroordeeld tot 80 uur werkstraf wegens het gebruik van een verborgen camera. 

In de periode van 1 december 2013 tot en met 1 september 2015 heeft verdachte in zijn woning te Westervoort in een slaapkamer die in gebruik was bij zijn stiefzoon slachtoffer 1 (hierna te noemen: slachtoffer 1) een camera aanwezig gehad die was verborgen in een lamparmatuur. Met deze camera is gefilmd, en de gefilmde beelden zijn op een computerscherm bekeken.

De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte niet wederrechtelijk heeft gehandeld nu hij in overleg met zijn toenmalige echtgenote, de moeder van slachtoffer 1, uit oogpunt van hun opvoedingstaak de camera heeft geplaatst in de kamer van slachtoffer 1 en de beelden heeft bekeken.

Beoordeling rechtbank 

Verdachte heeft verklaard dat hij en zijn toenmalige echtgenote, de moeder van slachtoffer 1, naam, zich zorgen maakten over de studieresultaten van slachtoffer 1. Zij twijfelden of slachtoffer 1 echt studeerde op zijn kamer en daarom heeft verdachte de camera achter een lampenkap opgehangen in de kamer van slachtoffer 1. Deze verborgen camera was zo ingesteld dat alleen live mee kon worden gekeken. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij, alleen of samen met zijn echtgenote, de camerabeelden slechts ‘live’ heeft bekeken en dat hij nooit seksuele handelingen bij/tussen slachtoffer 1 en diens vriendin slachtoffer 2 heeft waargenomen via de camera.

Gelet op deze verklaring van verdachte en het feit dat er van slachtoffer 1 en/of diens vriendin slachtoffer 2, die zich in de weekends regelmatig ook op die kamer bevond, geen opnamen of afbeeldingen zijn aangetroffen die met de verborgen camera zijn gemaakt, ziet de militaire kamer zich allereerst gesteld voor de vraag of er sprake is geweest van het “vervaardigen van een afbeelding” in de zin van artikel 139f van het Wetboek van Strafrecht (Sr), zoals primair ten laste is gelegd.

De militaire kamer is zich ervan bewust dat de woorden “een afbeelding vervaardigt”, zoals opgenomen in de delictsomschrijving, taalkundig zodanig kunnen worden uitgelegd dat het enkele ‘live’ meekijken met een (verborgen) camera niet onder de strafbaarstelling valt. Deze uitleg zou nog kunnen worden versterkt nu artikel 139f Sr is opgenomen in titel V ‘misdrijven tegen de openbare orde’. Daarom heeft de militaire kamer de parlementaire geschiedenis betrokken bij de vraag hoe artikel 139f Sr moet worden verstaan.

In de wetsgeschiedenis van (de voorganger van) artikel 139f Sr is ter zake van de woorden “een afbeelding vervaardigt” overwogen dat onder het vervaardigen van een afbeelding ook moet worden verstaan een “eenmalige en tijdelijke beeldvorming, anders dan op het netvlies van de toeschouwer”. Overwogen wordt voorts dat “het door middel van een gesloten televisie-circuit waarnemen van personen in kleed- en andere ruimtes onder de.. strafbepaling valt indien voor het overige aan de delictsomschrijving is voldaan”. Later heeft de wetgever - bij de behandeling van artikel 441b Sr. en onder verwijzing naar genoemde wetsgeschiedenis uit 1970 - overwogen dat dit betekent dat onder het vervaardigen van een afbeelding mede moet worden verstaan het waarnemen van een persoon met een technisch hulpmiddel, waarbij een afbeelding op bijvoorbeeld op een monitor tot stand komt, doch zonder dat de afbeelding wordt vastgelegd. Hieruit volgt dat cameratoezicht waarbij alleen ‘live’ achter een monitor naar beelden van personen wordt gekeken, zonder dat deze beelden worden vastgelegd, ook onder de strafbaarstelling van artikel 139f Sr kan vallen, wanneer dit niet op kenbare wijze gebeurt.

De wetgever heeft dit standpunt nog eens verduidelijkt ten aanzien van het ‘live’ gebruiken van webcams, hetgeen te vergelijken is met de door verdachte gebruikte camera, ook al lijkt de wetgever een uitzondering te maken voor het gebruik van verborgen camera’s in (toenmalige) televisieprogramma’s zoals “Banana Split”.

Gelet op het vorenstaande concludeert de militaire kamer dat ook het ‘live’ uitkijken van de camerabeelden door verdachte is aan te merken als ‘het vervaardigen van afbeeldingen’ in de zin van artikel 139f Sr.

Vervolgens is dan de vraag aan de orde of verdachte de afbeeldingen wederrechtelijk heeft vervaardigd.

Blijkens de wetsgeschiedenis kan de wederrechtelijkheid van het heimelijk vervaardigen van afbeeldingen van een persoon ontbreken, indien er sprake is van een zwaarwegend belang dat de schending van de privacy rechtvaardigt. Bij de beoordeling of sprake is van een zodanig belang wordt mede rekening gehouden met de mogelijkheid de informatie op andere wijze te vergaren en de aard en de mate waarin met het gebruik van een verborgen camera inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer.

Uit het dossier en de verklaring van verdachte hieromtrent, volgt dat verdachte de camera in de slaapkamer van slachtoffer 1 heeft geplaatst en de camera heeft gericht op de bovenkant van het bed van slachtoffer 1. Tevens neemt de militaire kamer in aanmerking dat slachtoffer 1 in de ten laste gelegde periode van 1 december 2013 tot en met 1 september 2015 de leeftijd van 16 tot en met 18 jaar had en verdachte wist dat slachtoffer 1 in die periode met zijn vriendin op zijn slaapkamer sliep en met haar een seksuele relatie had.

Gelet op deze omstandigheden, met name dat de camera gericht was op het bed van slachtoffer 1, is de militaire kamer van oordeel dat de reden voor het heimelijk plaatsen van een camera zoals door verdachte betoogd, namelijk ouderlijk toezicht op het studeergedrag van hun (stief)zoon, niet zodanig zwaarwegend is dat dit belang moet prevaleren boven het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van slachtoffer 1 en zijn vriendin. Een jongeman als slachtoffer 1 moet zich met zijn vriendin in zijn slaapkamer, althans in zijn bed veilig en onbespied kunnen voelen. De door de verdediging gemaakte vergelijking met het plaatsen van een babyfoon met camera gaat reeds mank gelet op de leeftijd van slachtoffer 1, maar ook omdat een babyfoon in het algemeen geplaatst wordt in het kader van de veiligheid. Bovendien had en is het ouderlijk gezag op het studeergedrag op een andere wijze uitgeoefend kunnen worden en was het dus mogelijk de informatie omtrent het studeergedrag op een andere wijze te vergaren. Verdachte heeft immers verklaard dat hij – ook zonder slachtoffer 1 via de camera te observeren - aan het gezicht van slachtoffer 1 en zijn kapsel duidelijk kon zien of hij op zijn bed had gelegen.

Gelet op het vorenstaande kan dan ook de beantwoording van de vraag of de plaatsing van deze camera is gebeurd in overleg met de moeder van slachtoffer 1, achterwege blijven.

Op grond van het vorenoverwogene oordeelt de militaire kamer dat verdachte afbeeldingen wederrechtelijk heeft vervaardigd. Het primair tenlastegelegde is dan ook naar het oordeel van de militaire kamer wettig en overtuigend bewezen voor zover het ziet op slachtoffer 1 en slachtoffer 2.

Eveneens zijn op een in beslag genomen harde schijf afbeeldingen van slachtoffer 3 aangetroffen. Verdachte ontkent echter dat hij deze afbeeldingen heeft gemaakt dan wel heeft bekeken. De militaire kamer is van oordeel dat, gelet op het feit dat deze harde schijf kennelijk voor iedereen toegankelijk was (zoals volgt uit de verklaringen van verdachte en van naam ), het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om aan te kunnen nemen dat verdachte deze afbeeldingen heeft vervaardigd dan wel heeft opgenomen of gefilmd. 
De militaire kamer zal verdachte derhalve van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken

Bewezenverklaring

  • Gebruik maken van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning, een afbeelding vervaardigen, meermalen gepleegd.

Strafoplegging 

  • 80 uur werkstraf

Lees hier de volledige uitspraak. 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF #overview { background: linear-gradient(to top left, #ebebeb 50%, #fff 50%); }