KIPO: Kinderporno. Verweer dagvaarding nietig verworpen. Vrijspraak van het in bezit hebben en verspreiden van kinderporno.

Rechtbank Gelderland 7 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3677

Ter terechtzitting van 23 juni 2016 heeft de raadsman het verweer, strekkende tot nietigverklaring van de dagvaarding, hetgeen hij voor het eerst ter terechtzitting van 4 februari 2016 heeft gevoerd en de rechtbank op die zitting verworpen heeft, gehandhaafd. Hij heeft daartoe betoogd dat de onderhavige tenlastelegging, in afwijking van de door de Hoge Raad aanbevolen werkwijze, betrekking heeft op grootschalige kinderporno, te weten 394 afbeeldingen, die zonder nadere verduidelijking of herleidbaarheid tot die 394 afbeeldingen, in zes nader omschreven categorieën is onderverdeeld. Uit de eisen die artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering stelt aan de dagvaarding (deze moet zo duidelijk zijn dat de verdachte zich naar behoren tegen het strafrechtelijke verwijt kan verdedigen), vloeit voort dat de tenlastelegging ten aanzien van elk van de afbeeldingen, hetzij een voldoende concrete beschrijving dient te bevatten, hetzij de vindplaats van die beschrijving in het dossier dient te vermelden. Nu de onderhavige tenlastelegging niet aan deze vereisten voldoet, dient de dagvaarding nietig te worden verklaard.

De rechtbank overweegt als volgt.

Ten aanzien van een soortgelijke tenlastelegging als de onderhavige, heeft de Hoge Raad in het arrest van 28 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ3710, overwogen dat deze voldoende feitelijke betekenis had.

De Hoge Raad heeft in het arrest van 17 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3322, aldus geoordeeld: ‘uit de eisen die art. 261 Sv in gevallen als de onderhavige stelt aan de dagvaarding, vloeit voort dat de tenlastelegging met het oog op de in 2.4 genoemde duidelijkheid (‘de tenlastelegging strekt er toe voor de procesdeelnemers de inzet van het geding en de te volgen beslissingsstructuur met de vereiste duidelijkheid vast te leggen (…) met het oog daarop dient ingevolge art. 261 Sv de dagvaarding een opgave te behelzen van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse alsmede de omstandigheden waaronder het zou zijn begaan’)ten aanzien van elk van die afbeeldingen, hetzij een voldoende concrete beschrijving dient te bevatten, hetzij de vindplaats van die beschrijving in het dossier dient te vermelden. Indien de tenlastelegging niet aan die eisen voldoet en de verdachte daarop beroep doet, kan zulks grond vormen voor nietigverklaring van de dagvaarding.’

Naar het oordeel van de rechtbank maakt de enkele omstandigheid dat in de tenlastelegging niet verwezen is naar de collectiescan zoals die is opgenomen in het dossier, niet dat voor verdachte niet voldoende duidelijk was om welke afbeeldingen het gaat en wat er op die afbeeldingen te zien is. De tenlastelegging dient gelezen te worden in combinatie met het dossier, in welk dossier de collectiescan is opgenomen waarin per soort seksuele gedraging staat aangegeven, op hoeveel procent van het totaal aantal aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen die seksuele gedraging is waargenomen. Elk soort seksuele gedraging is te herleiden tot één van de in de tenlastelegging genoemde categorische omschrijving van seksuele gedragingen.

In het dossier staat eveneens helder aangegeven waar de afbeeldingen zijn aangetroffen (het overgrote deel in de map ’naam map 1’ op de externe harddisk Iomega van verdachte).

Gelet op het voorgaande is de rechtbank, met de officier van justitie, van oordeel dat de dagvaarding voldoende duidelijkheid biedt en verwerpt zij het verweer van de raadsman.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. Daarbij heeft de officier van justitie gewezen op de volgende omstandigheden.

De laptop en externe harde schijf waarop de kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen, zijn van verdachte. Verdachte moet volgens de officier van justitie ook gezien worden als de gebruiker van de map ’naam map 1’ waarin de meeste afbeeldingen zijn aangetroffen, nu uit deze map snelkoppelingen zijn aangetroffen op de laptop van verdachte vanuit - alleen – het gebruikersaccount genaamd ’naam gebruikersaccount’ en de bestanden in de mappenstructuur in de map ’naam map 2’, ook gebruikt zijn of binnen gekomen zijn via het Skypeaccount ’naam Skypeaccount 1’, met weergave ’naam 1’en via het Skypeaccount ’naam Skypeaccount 2’, met weergavenaam ’naam 2’. Met deze Skypeaccounts zijn ook kinderpornografische afbeeldingen verstuurd en ontvangen. Daarnaast zijn op de laptop van verdachte met deze Skypeaccounts chats gevoerd, met onder meer minderjarige meisjes, met een duidelijk pedoseksueel karakter en wijst de inhoud van de chats ook naar verdachte. Zo wordt er genoemd: ’mijn zoon gebruikt soms dezelfde PC als ik, maar ik heb mijn account afgeschermd’, ’ik ben een aanduiding afkomst maar ben opgegroeid in plaats 1’, ’ik woon nu in plaats 2 en ga van de week verhuizen naar plaats 3’,’ik heb 2 jongens van leeftijden’, ’ik kom uit plaats 3’, ’ik ben beroep’, ’ik ben naam gebruikersaccount, leeftijd jaar’,’ dan breng ik eerst mijn zoon weg en kom dan naar jou’, en noemt de gebruiker van het Skypeaccount ’naam Skypeaccount 2’ als zijn e-mailadres: ’e-mailadres’. Met het Skypeaccount ’naam Skypeaccount 1’ zijn bovendien foto’s van verdachte verstuurd onder de bestandsnaam ’bestandsnaam’.

De beide zoons van verdachte, naam zoon 1 en naam zoon 2, hebben bovendien beiden verklaard dat zij de map ’naam map 2’niet kennen en ook niet gechat hebben met de genoemde Skypeaccounts en zich in chats ook niet hebben voorgedaan als hun vader. Het ligt ook niet voor de hand dat, als één van hen of zij beiden degene waren die de chatgesprekken hebben gevoerd en uit waren op seks met minderjarige meisjes, zij zich voordoen als iemand van leeftijd jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht verdachte van het tenlastegelegde vrij te spreken. Hij heeft daartoe betoogd dat van de tenlastegelegde 394 kinderpornografische afbeeldingen, er 61 zijn aangetroffen op de laptop van naam zoon 1 en niet bewezen kan worden dat verdachte wetenschap had van deze afbeeldingen. Ten aanzien van de overige kinderpornografische afbeeldingen kan op grond van de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging worden bekomen dat het verdachte is geweest die het feit heeft gepleegd. Verdachte heeft dit stellig en van meet af aan ontkend, ook dat hij de in het dossier opgenomen chats heeft gevoerd. De zoon van verdachte, naam zoon 1 , heeft toegang gehad tot het hoofdaccount ’naam gebruikersaccount’ van verdachte en heeft daar wel eens gebruik van gemaakt. Hij heeft zich ook, tijdens zijn verhoor bij de rechter-commissaris, beroepen op zijn verschoningsrecht ten aanzien van de chatgesprekken. Bovendien is het juist op internet goed mogelijk jezelf uit te geven voor een ander.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is, met de raadsman, van oordeel dat in ieder geval niet bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in bezit hebben van de kinderpornografische afbeeldingen die op de desktop (Dell) van naam zoon 1 zijn aangetroffen. Naam zoon 1 heeft daarover ook een bekennende verklaring afgelegd.

Ten aanzien van de kinderpornografische afbeeldingen die op de laptop (1 foto) en op de externe harddisk Iomega (272 foto’s en 60 video’s) van verdachte zijn aangetroffen, hetgeen niet ter discussie staat, overweegt de rechtbank het volgende.

De omstandigheden zoals door de officier van justitie genoemd, wijzen in de richting van verdachte als degene die de kinderpornografische afbeeldingen in bezit heeft gehad en ook de chatgesprekken heeft gevoerd via de genoemde Skypeaccounts waarmee ook kinderpornografische afbeeldingen zijn verstuurd en ontvangen.

Voor de rechtbank staat echter, op grond van het hiernavolgende, niet buiten redelijke twijfel vast dat het inderdaad verdachte is geweest die dit gedaan heeft.

Verdachte heeft reeds op 4 februari 2014 ontkend kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit gehad te hebben en heeft ter terechtzitting van zowel 4 februari 2016 als 23 juni 2016 stellig volhard in deze ontkenning en de ontkenning dat hij de in het dossier opgenomen chatgesprekken heeft gevoerd en daarbij kinderpornografische afbeeldingen heeft verstuurd en ontvangen.

Beide zoons van verdachte hadden kinderpornografische afbeeldingen aanwezig op hun computer. In de tenlastegelegde periode woonde naam zoon 2 , tot 11 mei 2013, bij verdachte. naam zoon 1 heeft de hele tenlastegelegde periode bij verdachte gewoond. De chatgesprekken die gevoerd zijn via de genoemde Skypeaccounts, dateren vanaf de periode van april 2013.

naam zoon 1 heeft, waar hij eerder bij de politie heeft ontkend dat hij het wachtwoord wist van het account van zijn vader, ’naam gebruikersaccount’, om toegang te krijgen tot zijn vaders laptop, bij de rechter-commissaris verklaard dat hij wèl enige tijd het wachtwoord heeft geweten en dit gebruikte om iets op zijn vaders laptop te installeren. Dit laatste is conform hetgeen verdachte ter terechtzitting van 4 februari 2016 heeft verklaard. Op vraag van de rechter-commissaris aan naam zoon 1 of hij onder het Skypeaccount ’naam Skypeaccount 2’chats heeft gevoerd waarbij gesproken wordt over het hebben van seks met kinderen rond de leeftijd van 10 jaar, heeft hij weliswaar gezegd dat hij nooit heeft gechat onder dat account, maar voor het overige heeft hij, ten aanzien van dit punt, zich beroepen op zijn verschoningsrecht.

De foto’s van verdachte die met het Skypeaccount ’naam Skypeaccount 1’zijn verstuurd, zijn foto’s die afkomstig zijn van zijn Facebook en/of LinkedIn en zijn vakantiefoto’s of foto’s van uitjes, die ook op verdachtes laptop stonden opgeslagen.

In de chatgesprekken is degene die chat via het Skypeaccount ’naam Skypeaccount 2’ met weergavenaam ’naam 2’duidelijk uit op het hebben van seks met minderjarige meisjes, waarbij hij zelfs met één van hen een afspraak heeft gemaakt om bij haar thuis te komen wat, volgens het chatgesprek, niet door is gegaan omdat zij er niet was toen hij op het station stond te wachten. In dit chatgesprek noemt ’naam 2’ dat hij leeftijd jaar oud is. De rechtbank acht het niet waarschijnlijk dat als een persoon uit is op seksueel contact met een minderjarig meisje, die persoon aangeeft dat zijn leeftijd leeftijd jaar is.

Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank niet de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en zal zij hem daarvan vrijspreken.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.

Lees hier de volledige uitspraak. 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF #overview { background: linear-gradient(to top left, #ebebeb 50%, #fff 50%); }