Wetsvoorstel bestrijding cybercrime (computercriminaliteit III) (34 372)

Dit wetsvoorstel versterkt in het wetboek van Strafrecht (Sr) en het wetboek van Strafvordering (Sv) de opsporing en vervolging van computercriminaliteit. Hiermee wordt de wetgeving aangepast aan de technologische ontwikkelingen op internet en het gebruik van computers voor communicatie en de verwerking en opslag van gegevens. Ook worden burgers beter beschermd tegen bijvoorbeeld het verleiden van een minderjarige tot ontucht (grooming) of de verspreiding van kinderpornografie en ernstige computercriminaliteit.

Met dit voorstel mogen politie en justitie straks heimelijk en op afstand (online) onderzoek doen in computers (pc, mobiele telefoon of server). Opsporingsambtenaren krijgen meer mogelijkheden om verschillende onderzoekshandelingen toe te passen bij de opsporing van ernstige delicten. Zij kunnen bij een zeer ernstig misdrijf (mensenhandel of deelname aan een terroristische organisatie) gegevens ontoegankelijk maken of kopiëren en als het gaat om een ernstig misdrijf communicatie aftappen of observeren.

 

21 december 2015

Ingediend op

 

Het voorstel is op 20 december 2016 aangenomen door Tweede Kamer. PvdA, Van Vliet, Houwers, Monasch,  VVD, SGP, ChristenUnie en het CDA stemden voor.

De Eerste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) heeft op 12 juni 2017 de memorie van antwoord (EK, D) ontvangen. De inbreng voor het nader voorlopig verslag vond plaats op 11 juli 2017. Dit verslag is voorzien voor 5 september 2017.

De commissie gaat het Besluit onderzoek in een geautomatiseerd werk (EK, C met bijlage). betrekken bij de behandeling van dit wetsvoorstel en de deskundigenbijeenkomst op 20 juni 2017 over dit wetsvoorstel en het wetsvoorstel Vastleggen en bewaren kentekengegevens door politie (33.542).

Op 20 juni 2017 vond een deskundigenbijeenkomst plaats over dit wetsvoorstel en het voorstel Vastleggen en bewaren kentekengegevens door politie (33.542).  

De commissie kiest uit haar midden de leden Duthler (VVD), Bredenoord (D66), Beuving (PvdA), Strik (GroenLinks) en Gerkens (SP) die de voorbereidingsgroep vormen voor de organisatie van de deskundigenbijeenkomst.

Stand van zaken

 

Documenten

 

 

Wetsvoorstel gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity (34 388)

Dit wetsvoorstel introduceert een meldplicht voor een inbreuk op de veiligheid of een verlies van integriteit van elektronische informatiesystemen, ook wel ernstige ICT-inbreuken genoemd. Deze meldplicht geldt alleen voor aanbieders van producten of diensten waarvan de beschikbaarheid of betrouwbaarheid van vitaal belang is voor de Nederlandse samenleving. Daarnaast bevat het voorstel regels over het verwerken van gegevens ten behoeve van de taken van de Minister van Veiligheid en Justitie op het terrein van cybersecurity.

De meldplicht geldt uitsluitend voor bij Algemene Maatregel van Bestuur aan te wijzen (categorieën van) vitale aanbieders van daarbij aan te wijzen producten of diensten. Bij vitale aanbieders moet gedacht worden aan energienetwerkbeheerders, drinkwaterbedrijven, telecombedrijven, banken en Rijkswaterstaat als beheerder van primaire waterkeringen. De melding moet worden gedaan aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en wordt in behandeling genomen door het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). De melding geeft het NCSC de mogelijkheid om hulp te verlenen aan de getroffen aanbieder en om andere aanbieders te waarschuwen en daarmee de schade te beperken.

 

Ingediend op

19 januari 2016

 

Stand van zaken

 

De Tweede Kamer heeft het voorstel op 27 oktober 2016 als hamerstuk afgedaan.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 11 juli 2017 als hamerstuk afgedaan.

 

Documenten

 

 

Wetsvoorstel inzake wijziging Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (34 588)

Met dit wetsvoorstel beoogt de regering de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv 2002) te vervangen. De bestaande wet was toe aan een grondige herziening. Een belangrijke wijziging is dat de bevoegdheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten worden gemoderniseerd en dat er wettelijke waarborgen voor inzet van die bevoegdheden nauwgezet worden vastgelegd. De memorie van toelichting gaat, zoals gebruikelijk, in op alle aspecten van het wetsvoorstel en op de veranderingen ten opzichte van de Wiv 2002. Gezien de onderwerpen waar dit wetsvoorstel over gaat, is het van groot belang dat nauwgezet en uitvoerig te doen.

 

Ingediend op

28 oktober 2016

 
 

Stand van zaken

 

 

 

Het voorstel is op 14 februari 2017 aangenomen door de Tweede Kamer. De PvdA, Van Vliet, 50PLUS, Houwers, Monasch, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, het CDA, de Groep Bontes/Van Klaveren en de PVV stemden voor.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 11 juli 2017 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen. SGP, ChristenUnie, VVD, PvdA, CDA, 50PLUS, OSF en PVV stemden voor.

 

Documenten

 

Wetsvoorstel bewaarplicht telecommunicatiegegevens (34 537)

Voor de opsporing en vervolging van ernstige misdrijven is de bewaarplicht voor telecommunicatiegegevens onmisbaar. De toegang tot de bewaarde telecommunicatiegegevens wordt aangescherpt. Dit blijkt uit een wetsvoorstel van minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) dat vandaag bij de Tweede Kamer is ingediend.

Het gaat om een herziene wettelijke regeling die voortvloeit uit het arrest van het Hof van Justitie uit 2014 en het vonnis van de voorzieningenrechter uit 2015. Daarmee is de Nederlandse wetgeving in overeenstemming met de uitspraak van het Hof, waar het gaat om de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van burgers en de beveiliging van persoonsgegevens.

De praktijk laat zien dat bij ernstige criminaliteit verdachten niet meteen in beeld komen. In die gevallen is het belangrijk dat ook telecommunicatiegegevens uit het recente verleden beschikbaar zijn voor de opsporing en vervolging. Van der Steur stelt een bewaartermijn voor van 6 maanden voor internetgegevens (zoals IP-adressen) en 12 maanden voor telefoniegegevens (zoals nummers en duur van het gesprek). Deze bewaarplicht ziet niet op de inhoud van een telefoongesprek, alleen op de zogenaamde verkeersgegevens.

Verder komt er een strikte toegang tot de bewaarde gegevens. De officier van justitie krijgt pas toegang tot de bewaarde verkeersgegevens na toestemming van de rechter-commissaris. Deze rechterlijke toets is voor burgers een extra waarborg. Ook worden aanbieders van telecommunicatiediensten verplicht hun gegevens op te slaan en te verwerken binnen de Europese Unie, zodat adequaat toezicht op de bescherming van persoonsgegevens gegarandeerd is.

 

Ingediend op

12 september 2016

 

Het voorstel is in behandeling bij de Tweede Kamer.

Stand van zaken

 

Documenten

 
 

Cybersecuritywet 

Het voorstel voor een Cybersecuritywet strekt ter implementatie van de zogenoemde NIB-richtlijn van de Europese Unie (richtlijn 2016/1148). Deze richtlijn heeft als doel om binnen Europa een gemeenschappelijk niveau van netwerk- en informatiebeveiliging te creëren. Vanwege de inhoudelijke samenhang en overlap wordt de toekomstige Wet gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity overgeheveld naar de Cybersecuritywet.

De richtlijn bevat met name de volgende verplichtingen:

  1. aanwijzing, door elke lidstaat, van de ‘aanbieders van een essentiële dienst’ in die lidstaat;
  2. verplichting voor aanbieders van essentiële en digitale diensten om hun ICT te beveiligen en ernstige incidenten te melden;
  3. toezicht en sancties door een of meer bevoegde autoriteiten;
  4. aanwijzing van één centraal contactpunt;
  5. aanwijzing van een of meer CSIRT’s (computer security incident response teams) voor advies en bijstand aan aanbieders van essentiële en digitale diensten.

Vanwege de inhoudelijke samenhang en overlap worden de bepalingen van de toekomstige Wet gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity (nu nog als wetsvoorstel aanhangig in de Eerste Kamer) overgeheveld naar de Cybersecuritywet.

 

De internetconsultatie is gesloten op 16 juli 2017.

Stand van zaken

 

Documenten

 
 

 

Deze pagina is voor het laatst geupdate op 24 augustus 2017.