Handleiding ethisch hacken: do's and don'ts

Hacken, het binnendringen in een geautomatiseerd werk, is strafbaar gesteld in artikel 138ab Wetboek van Strafrecht. De strafrechtelijke term voor hacken is 'computervredebreuk'.

Hacken is slechts strafbaar indien dit wederrechtelijk gebeurt. In strikte zin wordt met wederrechtelijkheid bedoeld: 'zonder daartoe gerechtigd te zijn'. Het binnendringen in je eigen geautomatiseerde werk, of met toestemming binnendringen in het geautomatiseerde werk van een derde, is uiteraard niet strafbaar.

De term 'ethisch hacken' veronderstelt goede bedoelingen bij de hacker, bijvoorbeeld het aan het licht willen brengen van ICT-kwetsbaarheden of andere misstanden. Toch maakt ook een hacker met goede bedoelingen zich mogelijk schuldig aan overtreding van artikel 138ab Wetboek van Strafrecht.

Alvorens een hacker zich succesvol kan beroepen op het ontbreken van de wederrechtelijkheid van zijn handelen – en daarmee op het ontbreken van de strafbaarheid ervan – dient hij bepaalde voorwaarden te hebben nageleefd.

De officier van justitie bepaalt of een strafrechtelijk onderzoek noodzakelijk is en bepaalt of een hacker verantwoording dient af te leggen aan een rechter. Bij afweging van de vraag of er al dan niet sprake is van een strafbare gedraging zal de officier van justitie beslissen conform de beleidsbrief van het College van procureurs-generaal. In de beleidsbrief wordt een aantal uitgangspunten geformuleerd die de officier van justitie dient te betrekken bij de vraag of er wel of geen vervolging tegen de hacker dient te worden ingesteld.

Lees verder:

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF