OM bereidt zich voor op groei cybercrime: investering van 7 miljoen euro per jaar nodig

Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit maken een steeds groter onderdeel uit van het werk van het OM. Het OM wil met haar (internationale) partners toewerken naar een situatie waarin de samenleving kan vertrouwen op de veiligheid van het digitale domein, waarbij Nederland onaantrekkelijker is voor cybercriminelen omdat zichtbaar en effectief opgetreden wordt tegen cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit.

Waar criminelen steeds minder kennis en middelen nodig hebben om op grote schaal schade en slachtoffers te maken, moet het OM juist op alle niveaus en werkomgevingen investeren om toegerust te zijn met voldoende deskundigheid en slagkracht om cybercriminelen op te kunnen sporen en te vervolgen. Digitale veiligheid is complex en zal de komende jaren alleen nog maar complexer worden. Zonder deze inspanningen wordt het reeds ontstane gat met criminelen alsmaar groter en de pakkans kleiner.

Dit vraagt van het OM het volgende: 

  1. De kwaliteit van de opsporing en vervolging over de gehele linie toekomstbestendig maken en houden door middel van onder andere permanente vakontwikkeling en kennisonderhoud op het terrein van cybercrime en digitalisering. Door uitwisselingen en expertbijeenkomsten kennis van buiten naar binnen halen en vertalen naar het OM/het strafrecht; 
     
  2. Zichtbaar en effectief optreden tegen cybercriminaliteit, samen met de internationale en lokale partners, gericht op het maatschappelijk vertrouwen in de veiligheid van het digitale domein. Het strafrechtelijk optreden vraagt om verbinding, sturing en operationele samenwerking. Vanuit het OM moeten we weten wat er speelt, welke dreigingen en incidenten er zijn, welke kansen (innovatie) en risico's, welke mogelijkheden op het terrein van preventie (cyber resilience), verstoring, notificatie en attributie. In concrete onderzoeken en strafzaken wordt samengewerkt om te zien waar de dreiging vandaan komt en welk ingrijpen nodig is. Dit betreft grotendeels nieuwe netwerken buiten de klassieke samenwerkingsverbanden. Het kost tijd en inzet om daarin te investeren; 
     
  3. Snelle en adequate behandeling van internationale rechtshulpverzoeken. De opsporing van cybercrime kenmerkt zich door het grensoverschrijdende karakter, waarbij snel optreden geboden is. Een centraal aanspreek punt voor de coördinatie van al deze verzoeken is van groot belang; 
     
  4. Betere samenwerking tussen OM/politie, Defensie en AIVD (één-overheid) gericht op de advanced persistent threats. In het bijzonder is daarbij aandacht nodig voor de toenemende invloed van social media en bewegingen van terroristen in de digitale wereld (zie ook terrorisme); 
     
  5. Verbeteren van de ondersteuning van slachtoffers. De omvang van incidenten, en daarmee de (potentiële) schade en (secundair) slachtofferschap, neemt steeds verder toe. Complicerende factor is het gegeven dat slachtoffers van één cyberincident over het hele land, of zelfs buiten de landsgrenzen, woonachtig kunnen zijn. Teneinde adequaat grote groepen slachtoffers van cybercrime te notificeren, schade in kaart te brengen en het proces van intake en aangifte te verbeteren wil het OM slachtofferzorg op het onderwerp cybercrime intensiveren. Zaakscoördinatoren spelen hier een cruciale rol in; 
     
  6. Investering in de aansluiting van ZSM op gedigitaliseerde criminaliteit. 

Voor deze versterking is een investering benodigd van 7 miljoen euro. Hiermee investeert het OM in opleiding en training van zowel specialisten als algemene medewerkers. De bezetting bij de politie op het terrein van de digitaal specialisten zal de komende jaren op sterkte komen. Het OM zal hier ook capaciteit bij alle parketten voor moeten opbouwen. In het bijzonder wordt in het kader van het RIV-traject (Raad voor Inlichtingen en Veiligheid) een interdepartementale claim op cybercrime voorbereid waarbij de politie de regionale teams wil uitbreiden met 120 extra digitaal specialisten. Hiervoor moet ook de capaciteit van het OM (gezag over opsporing, vervolging) worden uitgebreid, met 12 officieren en ondersteuning (1 op 10; plus AG). Het OM zal gecentraliseerd werven op een combinatie van OM'ers en instromers van buiten. 

Tevens wordt geïnvesteerd in de capaciteit van beoordelaars (parketsecretarissen) bij de internationale rechtshulpcentra en in gespecialiseerde zaakscoördinatoren t.b.v. slachtoffers voor grote en complexe cybercrime-onderzoeken.

Implementatie Wet Computercriminaliteit III 

Naast deze financiële versterking is het noodzakelijk dat de Wet Computercriminaliteit III wordt ingevoerd. Om als OM gelijke tred te houden met de moderne technieken en de criminelen die daar gebruik van maken, zijn naast extra capaciteit en deskundigheid, ook bevoegdheden nodig die voortkomen uit de wet CCIII. De bestaande bevoegdheden bieden onvoldoende soelaas om burgers, bedrijven en overheden te beschermen tegen kwaadwillende hackers. Maar zijn ook onvoldoende om de georganiseerde criminaliteit nog het hoofd te bieden die steeds professionele digitale afscherming gebruikt. De kosten voor de invoering van deze wet worden momenteel nog bezien en zullen meelopen in het reguliere traject van de invoering van deze wet.

Achtergrond 

De dreiging van cybercrime wordt steeds meer zichtbaar. Recent hebben enkele grote incidenten plaatsgevonden, van grote, internationale fraude bij banken tot Ddos-aanvallen op websites van Rijksoverheid, scholen en gemeenten. Die dreiging neemt de komende jaren alleen maar verder toe. De uitstekende infrastructuur van snel, goedkoop en stabiel internet in Nederland trekt wereldwijd cybercriminelen aan en maakt ons land tot één van de belangrijkste bronlanden van cybercriminaliteit. 

Nieuwe technologische ontwikkelingen (zoals encryptie, 3D-printers, en the Internet ofThings) bieden eindeloze mogelijkheden en economische kansen voor de samenleving. Maar deze technologische ontwikkelingen brengen ook nieuwe kwetsbaarheden en veiligheidsrisico's met zich mee. Door de toenemende digitalisering verandert het criminaliteitsbeeld. Niet alleen neemt de impact en omvang van cyberincidenten toe, maar ook traditionele vormen van criminaliteit kennen veelal een digitale variant. Cybercrime wordt bovendien steeds vaker aangeboden als dienst of service. Op alle terreinen binnen de misdaad (liquidaties, motorbendes, drugscriminaliteit) maken criminelen in toenemende mate gebruik van digitale (versleutelings)technieken, diensten en tools om zich af te schermen van justitie en de opsporing te bemoeilijken. De verwevenheid tussen cybercrime en georganiseerde misdaad neemt daarmee toe. In een tijd waarin burgers en bedrijven zich nog onvoldoende bewust zijn van de gevaren van cyberincidenten en traditionele opsporingsmethoden door het gebruik van versleutelingstechnieken steeds minder effectief is. Hiernaast is een grootschalig gebruik van het zogenaamde Darkweb waar te nemen waar een handel in drugs, wapens, kinderporno waar te nemen is. 

De grens tussen statelijke actoren, terroristen en criminelen vervaagt. Internationale geopolitieke spanningen nemen toe. Als gevolg daarvan bedienen ook cybercriminelen zich thans van Advanced Persistent Threats. Ook jihadisten maken steeds meer gebruik van cybercrime, van het 'defacen' van een website tot het willen plegen van een grote hack op de vitale infrastructuur. 

Het bewerkstelligen van een veilig digitaal domein, en het optreden tegen cybercrime vergt een zichtbare, integrale en toekomstgerichte aanpak. De strafrechtelijke aanpak heeft daarin een belangrijke plek. Het aangaan en onderhouden van een divers netwerk is essentieel. Dat netwerk bestaat o.a. uit grote organisaties die logischerwijs met cybercrime in aanraking kunnen komen, dan wel hier een voorname rol in kunnen spelen (zoals de telefonie, waternet, financiële sector, ziekenhuizen, grote bedrijven etc.). Maar anderzijds ook uit personen en bedrijven die niet in een formele structuur zijn georganiseerd, maar juist veel zicht hebben op ontwikkelingen, risico's en niches van mogelijke oplossingen. De programmatische aanpak vraagt om tweerichtingsverkeer en duurzaam contact met partners uit de wetenschap, de publieke en de private sector. En niet alleen op het inzetten op incidenten. 

In het wegnemen van de dreiging van cybercrime speelt ook de strafrechtelijke handhaving een belangrijke rol. De aard en omvang van cybercrime is sterk aan verandering onderhevig en vraagt om een OM dat daar met de benodigde paraatheid, flexibiliteit en slagkracht op kan reageren. Dit vergt een sterke opbouw van kennis en expertise binnen het OM, in de breedte en in de diepte. 

Huidige mogelijkheden & inzet

Met de huidige bezetting levert het OM zijn bijdrage aan de minimumafspraken die in de Veiligheidsagenda 2015- 2018 zijn gemaakt. Er is afgesproken in 2018 minimaal 360 cybercrime zaken te doen. Dit is de eerste keer dat cybercrime in de breedte is opgenomen in de landelijke afspraken. Dat helpt om de aanpak van cybercrime nadrukkelijker op de kaart te zetten. Uit bovenstaande is duidelijk dat deze minimumaantallen op termijn niet voldoende zijn. In de onderzoeksomgeving is nu grosso modo 1 cyberspecialist per parket beschikbaar. Dat is net voldoende voor de uitvoering van de veiligheidsagenda. Bovendien komt er veel werk op hen af in relatie tot de inzet van 'digitale' opsporing in andere onderzoeken (georganiseerde misdaad, zeden). Daarmee is er geen ruimte om duurzaam te investeren in informatiebeelden, netwerk- en projectmatige samenwerking en hogere aantallen complexe onderzoeken. Dit betekent dat het in veel gevallen niet mogelijk zal zijn een verdachte in beeld te krijgen. De politie gaat in de komende jaren het aantal digitale rechercheurs flink uitbreiden. Ook het OM moet zich voorbereiden op een groei van cybercrime. 

Het aantal zaken van gedigitaliseerde criminaliteit (digitale stalking/pesten, discriminatie, bedreiging, oplichting) is nog zeer beperkt. Zeker in verhouding tot het aantal mensen dat aangeeft slachtoffer te zijn geworden. Inmiddels worden meer mensen slachtoffer van computervredebreuk dan van fietsendiefstal. In de interventieomgeving (ZSM) is op basis van de capaciteit 2015 nog nauwelijks deskundigheid en kwaliteit beschikbaar om ook dit soort zaken te selecteren en te verwerken. 

Op het gebied van de aanpak van hightech crime behoren politie en OM internationaal tot de voorlopers. De capaciteit is beschikbaar om (minstens) 20 onderzoeken te doen door het team hightech crime (vanuit LP). Uitbreiding is nodig op het gebied van de samenwerking met Defensie en AIVD, innovatie en expertise. 

Voor meer informatie: 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF