Artikel: Online vergaren van informatie voor opsporingsonderzoek

Op internet is over veel mensen informatie beschikbaar die voor iedereen toegankelijk is, dus ook voor de politie. Denk bijvoorbeeld aan persoonsgegevens op het openbare gedeelte van een LinkedIn-profiel of een openbaar Facebookaccount. Ook kan de structuur van social media (welke personen hebben een connectie met elkaar, wie reageert op een gepost bericht) inzicht geven in netwerken rond personen of groepen. De politie maakt dankbaar gebruik van die informatie in opsporingsonderzoek. Om het recht op eerbiediging van het privéleven (art. 8 EVRM) te waarborgen, moet zij zich daarbij wel aan bepaalde regels houden. Helaas zijn die niet altijd even duidelijk, omdat er geen specifieke bevoegdheid tot stelselmatige vastlegging van persoonsgegevens uit open bronnen bestaat. De wetgever is nu voornemens zo’n bevoegdheid in het leven te roepen. Tegen deze achtergrond is de hoofdvraag in onze bijdrage wat de belangrijkste onduidelijkheden zijn aangaande het online vergaren van informatie voor opsporingsonderzoek en of de voorgestelde bevoegdheid tot stelselmatige vastlegging van persoonsgegevens uit open bronnen die onduidelijkheden wegneemt.

Lees verder:

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF