Veroordeling bitcoinhandelaar wegens medeplegen van gewoontewitwassen

Rechtbank Rotterdam 30 mei 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:4267

In onderzoek ‘IJsberg’ heeft de rechtbank Rotterdam vonnis gewezen over het witwassen van bitcoins en gevangenisstraffen opgelegd variërend van 6 maanden tot 6 jaar. De thans terechtstaande verdachten betroffen nagenoeg allemaal bitcoinhandelaren. Een van hen is daarnaast veroordeeld voor het bezit van 21 kilo harddrugs en het voorbereiden van de uitvoer daarvan. Een van de verdachten in het onderzoek betrof een zgn. geldezel: hij stelde zijn bankrekeningen ter beschikking voor de bitcoinhandel van zijn medeverdachte.

Witwassen van bitcoins en geld

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Daartoe is het volgende aangevoerd. Direct bewijs voor een criminele herkomst ontbreekt. Er is ook geen vermoeden van witwassen. De verdachte doorbrak de papertrail niet, maar startte deze juist. Er is een legale economische verklaring voor het wisselen met contant geld. De verdachte was bekend bij de belastingdienst. Als al sprake zou zijn van een vermoeden van witwassen, is de verdachte er in geslaagd zulks te ontzenuwen. De verdachte kocht zijn bitcoins immers van met name genoemde klanten, hij verdiende ze niet door op het darkweb te handelen. Onderzoek wees begin 2015 uit dat zijn handel legaal was. Daar komt bij dat weliswaar een deel van de bitcoins van zijn klanten is gerelateerd aan het darkweb - hetgeen overigens niet per definitie betekent dat ze van misdrijf afkomstig zijn-, maar niet allemaal. Ook is de herkomst van een deel geheel onbekend. Een bewezenverklaring kan niet zien op de bitcoins die niet van het darkweb afkomstig zijn en/of waarvan de herkomst onbekend is.

Subsidiair, als de rechtbank oordeelt dat de bitcoins die de verdachte verhandelde wél van misdrijf afkomstig waren, geldt dat de verdachte niet wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat zulks het geval was. 

Meer subsidiair, als de rechtbank van oordeel is dat de verdachte na het gesprek met de bank redelijkerwijs een vermoeden had moeten hebben, kan dat uitsluitend gelden voor de transacties (van bitcoins waarvan de herkomst uit misdrijf kan worden vastgesteld) die in de laatste drie maanden van de ten laste gelegde periode hebben plaatsgevonden, aldus de raadslieden.
 

Voorafgaande overweging ten aanzien van het bereik van de tenlastelegging

De verdediging is van mening dat de tenlastelegging zo moet worden geïnterpreteerd dat het daarin genoemde aantal van 7.418,01 bitcoins uitsluitend ziet op de door de verdachte aangekochte bitcoins en geen betrekking heeft op de verkoop van bitcoins aan naam klant 7 en op de van naam klant 7 ontvangen betalingen. Dit verweer slaagt slechts in beperkte mate. Het verwijt aan de verdachte betreft het witwassen van een hoeveelheid bitcoins en geld. Deze bitcoins en dit geld heeft hij verkregen, voorhanden gehad, gebruikt en vervreemd, om de tenlastelegging samen te vatten. Het gaat dus niet alleen om de inkoop, ook om de verkoop. Voor zover de door de verdachte aan naam klant 7 verkochte bitcoins een criminele herkomst hebben, vallen deze bitcoins en de door naam klant 7 betaalde vergoeding dus onder de tenlastelegging. Het betreft dan de vervreemding van bitcoins met criminele herkomst en de opbrengst is dan (giraal of contant) geld met een indirecte criminele herkomst, namelijk: de criminele herkomst van de bitcoins. Zo bezien slaagt het verweer niet. Wel is de rechtbank het met de verdediging eens dat de wijze waarop naam klant 7 aan zijn geld kwam, niet relevant is. De girale en contante geldbedragen die de tenlastelegging noemt, betreffen immers de opbrengst van de bitcoins en zijn geen verwijzing naar gelden die naam klant 7 elders op criminele wijze zou hebben verkregen.

De verdediging heeft voorts gesteld dat de verkoop van bitcoins door de verdachte aan Kraken.com niet onder de tenlastelegging valt. Hiervoor geldt hetzelfde als voor naam klant 7: het gaat erom of die bitcoins een criminele herkomst hebben en zo ja, dan heeft de door Kraken.com betaalde vergoeding een indirect criminele herkomst.
 

Beoordelingskader witwassen

Voor een bewezenverklaring van witwassen van een voorwerp is vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Dat hoeft niet een nauwkeurig aangeduid misdrijf te zijn. Als er geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen het voorwerp en een delict kan toch bewezen worden geacht dat een voorwerp “uit enig misdrijf” afkomstig is, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het is aan het Openbaar Ministerie om dergelijke feiten en omstandigheden naar voren te brengen. Als uit het door het Openbaar Ministerie aangedragen bewijs feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het voorwerp. Zo’n verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn.

Als de verdachte zo’n verklaring heeft gegeven over de herkomst van het voorwerp, dan ligt het vervolgens op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het voorwerp. Uit een dergelijk onderzoek zal moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het voorwerp waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.
 

De bitcoinhandel van de verdachte

Over de bitcoinhandel van de verdachte stelt de rechtbank het volgende vast.

De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij eind 2013 met de handel in bitcoins is begonnen en in november 2015 is gestopt. De FIOD gaat blijkens de tenlastelegging ook van die periode uit en heeft berekend dat hij in deze periode 7.418,01 bitcoins heeft ontvangen. De verdachte kwam via een advertentie op localbitcoins.com in contact met bitcoin verkopende klanten. Vervolgens werd er afgesproken in een openbare gelegenheid, zoals Starbucks. De verdachte kocht dan de bitcoins tegen contant geld. Hij had een kleine groep vaste klanten (die hieronder nog aan de orde zullen komen) met wie hij op regelmatige basis zakendeed. Volgens zijn eigen stelling ging het in de regel om transacties van € 5.000,- tot € 10.000,-. Volgens de verdediging verkocht hij de bitcoins vrijwel onmiddellijk na de inkoop - via exchangebedrijf Kraken. Het geld dat hij in verband met de verkoop op zijn bankrekeningen ontving, pinde hij grotendeels om met de aldus verkregen contanten weer nieuwe bitcoins in te kopen. Volgens de berekening van de FIOD heeft de verdachte in de jaren 2013 tot en met 2015 van de exchanges ongeveer € 1,5 miljoen op zijn bankrekeningen ontvangen en heeft hij bijna € 1,4 miljoen gepind. De verdachte heeft op zitting erkend dat deze bedragen in ieder geval bij benadering juist zijn. Hij heeft erop gewezen dat hij ook klanten had die hij niet contant maar per bank betaalde en heeft in dat verband een overzicht van bankontvangsten overgelegd met betrekking tot ene naam 1. Dat betreft evenwel een, in het licht van de totale handel van de verdachte, zeer beperkt bedrag (ongeveer € 23.000,-).

De verdachte kende van geen enkele klant de echte of de hele naam. Van ‘ naam klant 3 ’ en naam klant 4 (die hij kende als de Surinaamse jongen) kende hij de naam in het geheel niet. Pas met hulp van de FIOD kon de verdachte zijn klanten identificeren.

De verdachte hanteerde bij de inkoop van bitcoins naar eigen zeggen een koers die gemiddeld tussen de 5 en 6,5% onder de marktprijs lag. Het dossier bevat e-mailcorrespondentie tussen de verdachte en zijn klant de ‘Duitser’ waarin de verdachte op verschillende momenten aangeeft dat hij een marge hanteert van 7% en een enkele keer van 6,5%. Ook deelde de verdachte aan een andere klant, naam klant 1, mee dat hij een marge hanteerde van 6 of 6,5%. De verdachte heeft verklaard dat dit percentage tijdens onderhandelingen meestal naar beneden werd bijgesteld, hij schat tot 5%. Hij heeft echter geen gegevens verschaft die dit onderbouwen of verifieerbaar maken. Gegeven de marges genoemd in de emails zal de rechtbank er daarom, net als de officier van justitie, vanuit gaan dat de verdachte voor gemiddeld 93,5 % van de marktprijs bitcoins inkocht en dat zijn inkoopprovisie dus 6,5% was.

De verdachte verkocht zijn bitcoins, voor zover uit het dossier blijkt hoofdzakelijk aan bitcoinbeurzen (Kraken.com). De rechtbank acht aannemelijk dat hij daarbij kosten moest maken, enerzijds de commissie/transactievergoeding en anderzijds koersverlies. Dat koersverlies komt, zo heeft de verdachte verklaard, doordat er bij Kraken wordt gewerkt met een orderboek, hetgeen betekent dat vraag en aanbod bepalen wat de uiteindelijke prijs is. Dit is op zitting ook gedemonstreerd door de medeverdachten naam medeverdachte 3 en naam medeverdachte 4, bij wiens verklaring de verdediging zich aangesloten heeft. Deze uitleg wordt door het dossier onvoldoende weersproken en komt de rechtbank aannemelijk voor. De verdachte stelt echter niet concreet en onderbouwd tot welke feitelijke koers dit leidt. Al met al is niet aannemelijk geworden dat de totale kosten van verkoop via Kraken (dus commissie/kosten en koersverlies) hoger zijn dan 1%.
 

Is er sprake van een vermoeden van witwassen?

De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Uit het voorgaande blijkt immers dat de verdachte, in openbare gelegenheden, aanzienlijke hoeveelheden bitcoins heeft gekocht tegen aanzienlijk bedragen aan contant geld. Hij handelde met mensen waarvan hij niet goed wist wie het betrof en zij betaalden hem een aanzienlijke vergoeding. In ruil daarvoor konden zijn klanten in betrekkelijke anonimiteit handelen. Bitcoins zijn immers anoniem in die zin dat ze niet op naam staan. Als men bitcoins via een exchange verkoopt en per bank laat betalen, ontstaat een koppeling tussen de bitcoin(wallet) en een bankrekening en is van anonimiteit geen sprake meer. Bij een exchange dient men zich bovendien te identificeren. Bij contante betaling blijft de verkoper anoniem. Deskundige Van Wegberg verklaart dat hem geen andere redenen bekend zijn voor de acceptatie van een provisie zoals die van de verdachte dan die anonimiteit. De verdediging heeft weliswaar andere redenen genoemd voor de acceptatie van zo’n hoge fee (afkoop van het risico van koersdaling of verlies door hacken, of faillissement van exchanges), maar dat dit in de praktijk een rol van betekenis speelde bij de wederpartijen van de verdachte is niet aannemelijk geworden. De wijze van handelen kostte de verdachte en de klant bovendien extra inspanning, in vergelijking met een online-verkoop: er moest een afspraak gemaakt worden, daar moesten verkoper en koper naar toe en het gebruik van aanzienlijke hoeveelheden contanten draagt (ook) risico’s in zich.

Wat verder bijdraagt aan het vermoeden van witwassen, zijn de navolgende feiten:

(1) DOC-134 bevat de uitwerking van een getapt gesprek tussen de verdachte en een van zijn klanten. Dit gesprek vond plaats op 31 mei 2015. Daarin maakt de verdachte een afspraak voor een ontmoeting. De klant vraagt of er een mogelijkheid is dat hij het in Spanje kan ophalen. De verdachte geeft dan aan dat hij het per bank kan betalen, maar de klant wil dat niet en de verdachte zegt dan dat hij geen mogelijkheden heeft, want hij wil het niet via Western Union doen, want dan ‘moet je al je gegevens geven’. Kortom: de klant wil kennelijk niet dat er een papertrail komt en de verdachte werkt daaraan mee.

(2) DOC-289 is een bericht dat de verdachte op 23 mei 2014 plaatste op een bitcoinforum:

“Hallo Allemaal, Zijn jullie in het bezit van Bitcoins (…), en willen jullie deze verkopen voor cash? Ik koop graag jullie munten op. 1k ontmoet op openbare plekken” en “Ik betaal 91% cash, koers obv bitstamp”.

Hierop reageerde iemand met de volgende vraag:

“waarom zou iemand dat willen? 2 situaties:

- iemand wil zijn geld witwassen, gebruikt een bitcoinmixer en is beter uit dan met deze deal. 
- iemand wil zijn eerlijke coins verkopen, en stuurt ze naar kraken en is beter uit.

(En bespaart veel tijd)”

De verdachte antwoordde toen:

“Voor het volledig anoniem verkopen van je coins, ook zonder tussenkomst van een bank? Blijft maar 1 optie over …. cash”..

Kortom, de verdachte begreep goed dat het om anonimiteit ging.

(3) De verdachte kocht, zoals hierna zal worden besproken, bitcoins van zijn broer naam medeverdachte 5. Op 29 augustus 2015 is een gesprek tussen de broers in de auto opgenomen. Naam medeverdachte 5 vertelde toen dat hij op dat moment iets meer dan € 300.000,- had. Naam medeverdachte 5 had geen (legale) bronnen van inkomsten die dat kunnen verklaren.

Voorgaande feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank zonder meer een vermoeden van witwassen. Alsdan mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst van de bitcoins en daarmee samenhangende gelden.
 

Verklaring van de verdachte omtrent de herkomst van de bitcoins 

De verdachte stelt dat hij zijn bitcoins heeft gekocht van door hem benoemde handelaren. Dit weerlegt het vermoeden wel voor naam medeverdachte 6, maar niet voor de andere verkopers. Sterker nog, voor sommige van de verkopers blijkt uit het dossier dat zij in de drugshandel zaten. De rechtbank licht dit per verkoper nader toe.

Naam medeverdachte 6: de verdachte heeft bitcoins gekocht van naam medeverdachte 6. Volgens de FIOD gaat het om 237,17 bitcoins, volgens de verdediging betreft het 193,3 bitcoins. Uit een op rechtspraak.nl gepubliceerd en op zitting besproken vonnis blijkt dat naam medeverdachte 6 in zijn strafzaak stukken in het geding heeft gebracht waaruit een alternatieve lezing voor de herkomst van de door hem verhandelde bitcoins volgt. Nu de door naam medeverdachte 6 ingebrachte stukken geen deel uitmaken van onderhavige zaak, is de rechtbank niet in staat daar kennis van te nemen. De rechtbank zal er in het voordeel van de verdachte vanuit gaan dat alle door naam medeverdachte 6 verhandelde bitcoins een legale herkomst hebben en zal de verdachte vrijspreken van het witwassen van de 237,17 bitcoins die hij volgens de FIOD van naam medeverdachte 6 heeft gekocht.

Naam medeverdachte 2: de verdachte sprak nagenoeg wekelijks af met naam medeverdachte 2. Hij heeft ongeveer 960 bitcoins van naam medeverdachte 2 gekocht in de periode van 2 mei 2015 t/m 9 november 2015 (966,59 volgens de FIOD; 958,59 volgens de verdediging). Uit onderzoek is gebleken dat de wallets van naam medeverdachte 2 gedeeltelijk werden gevoed uit darkweb-markten en dat hij in de drugshandel zat. Er zijn in zijn woning enveloppen en gripzakjes met drugs aangetroffen, een weegschaal, een computer, een vacumeermachine en er lag verpakkingsmateriaal. In de woning is ook een notitieblok aangetroffen met verwijzingen naar bitcoins, bedragen en adressen en winstberekeningen en termen die lijken te verwijzen naar (voorraden) synthetische drugs. Voorts zijn in die woning o.a. 105 verzendbewijzen aangetroffen die in de periode 9 september 2015 tot medio december 2015 zijn afgegeven in Nederland, België en Duitsland, van poststukken die door verschillende afzenders zijn verzonden naar adressen in onder meer Rusland, Canada, Oostenrijk, Kroatië en Tsjechië. Onderzoek in het handelsregister en in de systemen van de belastingdienst naar een aantal afzenders wees uit dat deze afzenders niet ingeschreven stonden op de aangegeven adressen.

Naam medeverdachte 7: de verdachte heeft in de periode van 19 december 2014 tot en met 18 november 2015 bitcoins gekocht van naam medeverdachte 7. De verdediging en de Fiod gaan uit van verschillende aantallen (respectievelijk 505 in bijlage 13 bij pleitnota en 871,41), maar dat verschil is voor de verdere beoordeling niet relevant. Bij doorzoeking in de woning van naam medeverdachte 7 op 19 januari 2016 zijn diverse zakjes met harddrugs aangetroffen en weegschalen, een vacuümsealer, verpakkingsmateriaal en een computer. Onderzoek aan de computer heeft uitgewezen dat naam medeverdachte 7 verdovende middelen aanbood op het darkweb (Angoramarket en Nucleus Market) onder de naam ‘schuilnaam medeverdachte 7’.

Naam medeverdachte 5: vast staat dat de verdachte in de periode van 12 juli 2015 tot en met 26 september 2015 in totaal 1.117,94 bitcoins heeft gekocht van zijn broer en medeverdachte naam medeverdachte 5. Uit OVC-gesprekken in de auto van naam medeverdachte 5 kan worden afgeleid dat hij in juli 2015 een drugslijn heeft overgenomen van twee Turken, voor wie hij daarvoor al bitcoins omwisselde. De overgenomen werkzaamheden bestaan uit het verpakken en verzenden van pillen. Daarnaast wordt in de OVC-gesprekken gesproken over het regelen van een huis en een machine, het inpakken en vacuüm maken van de pillen en de betaling in bitcoins.

Op 28 juli 2015 schaft naam medeverdachte 5 een vacuümmachine aan die op 30 juli 2015 wordt geleverd op zijn adres. De machine wordt in ontvangst genomen door naam medeverdachte 5. Bij de doorzoeking van een woning die bij naam medeverdachte 5 in gebruik was, zijn – naast een vacuümmachine en verzendmateriaal – harddrugs aangetroffen.
Bij vonnis van vandaag wordt naam medeverdachte 5 onder meer veroordeeld voor witwassen en het bezit van ruim 21 kilogram MDMA.

Uit het voorgaande blijkt dat de klanten naam klant 4, naam klant 5 en naam klant 6 zich bezighielden met de handel in harddrugs. Dit ontkracht het vermoeden niet dat de verdachte zich schuldig maakte aan witwassen door van hen bitcoins te kopen en om te zetten naar cash geld. De bitcoins die in de wallet van de verdachte zijn bijgeschreven vanaf de wallets van deze klanten hebben in feite evident een criminele herkomst. Een andere uitleg laat zich niet denken en is ook overigens niet door de verdachte gegeven.

Onderzoek van de FIOD heeft ten aanzien van de andere door de verdachte benoemde klanten uitgewezen dat hun bitcoin wallets voor een groot deel – ruim meer dan 50% - werden gevoed uit darkweb-markten, ook in de periode dat de verdachte bij hen kocht. Als feit van algemene bekendheid mag aangenomen worden dat transacties via darkweb- marktplaatsen in overwegende mate drugs en andere illegale transacties betreffen. Ook dit draagt daarom niet bij aan weerlegging van het vermoeden, integendeel. Het gaat om de volgende klanten.

Naam klant 2: de verdachte kende naam klant 2 zes maanden en sprak tot december 2015 wekelijks met hem af bij Starbucks op Amsterdam Centraal. Vast staat dat de verdachte in de periode van 3 mei 2015 tot en met 14 november 2015 in totaal 569,29 bitcoins heeft gekocht van naam klant 2. Uit onderzoek van de FIOD blijkt dat het totaalaantal door naam klant 2 verkochte bitcoins 1065,67 betreft en dat 790,19 daarvan van het darkweb afkomstig zijn. Uit dat onderzoek blijkt dat naam klant 2 ook in de periode dat de verdachte van hem kocht grote aantallen bitcoins afkomstig van het Darkweb onder zich had.

Naam klant 3: de verdachte heeft in de periode van 17 november 2014 tot en met 18 juni 2015 bitcoins gekocht van ‘naam klant 3 ’ (1037,15 volgens de FIOD, 798 volgens de verdediging. Dit verschil in aantal is voor de verdere beoordeling niet relevant). De verdachte erkent dat de wallet van naam klant 3 in de periode van 9 november 2014 tot en met 31 augustus 2015 voor een groot deel is gevoed uit het darkweb. Volgens de verdediging betreft het 8.252 bitcoins afkomstig van het darkweb tegenover 6.659 bitcoins met een andere herkomst.

Naam klant 1: vast staat dat de verdachte in de periode van 24 april 2015 tot en met 3 oktober 2015 in totaal 199,61 bitcoins heeft gekocht van naam klant 1. Vast staat ook dat naam klant 1 in de periode van 17 januari 2015 tot en met 19 februari 2016 in totaal 367,35 bitcoins heeft gekocht waarvan 219,01 bitcoins afkomstig zijn van het darkweb.

In verband met de laatst genoemde klanten (naam klant 1, naam klant 3 en naam klant 2) wijst de verdediging er nog op dat niet al hun bitcoins afkomstig zijn van darkweb-markten en dat het dus mogelijk is dat de verdachte van hen bitcoins heeft gekocht die niet van het darkweb afkomstig zijn. De verdediging is van mening dat een bewezenverklaring van witwassen alleen maar kan gelden voor de bitcoins die afkomstig waren van het darkweb. Hierboven is echter al aan de orde gekomen dat de wallets van deze klanten substantieel werden gevoed uit darkweb-markten. Dat maakt die wallets verdacht (in de zin van een vermoeden van witwassen) en het is aan de verdachte is om, gegeven dit vermoeden, een verklaring af te leggen omtrent de legale herkomst. De verdachte heeft onvoldoende omstandigheden aangevoerd om te komen tot het oordeel dat, ondanks de substantiële besmetting, de door de verdachte gekochte bitcoins niet als afkomstig van enig misdrijf kunnen worden aangemerkt.

De verdediging heeft berekend dat van een aantal van de door de verdachte gekochte bitcoins, geen herkomst bekend is (volgens de verdediging zou dat 2.652 van de 7.418 bitcoins betreffen). Dit weerlegt het vermoeden echter niet. Het is aan de verdachte om met een verklaring te komen die wijst op een legale herkomst. Dat doet hij voor deze bitcoins in het geheel niet en een mogelijke legale herkomst blijkt ook niet uit het dossier. Hetzelfde geldt voor verkoper Kenan.

Ten aanzien van naam klant 7 overweegt de rechtbank nog het volgende.

Naam klant 7 is een vreemde eend in het dossier van de verdachte. De verdachte verkocht aan hem bitcoins, terwijl hij die van andere klanten juist kocht. Gelet op hetgeen hiervoor § 4.2.2. is overwogen, is de vraag of deze verkochte bitcoins een criminele herkomst hadden. De verdediging stelt dat deze bitcoins door de verdachte gekocht waren op Kraken.com en geen criminele herkomst hadden. Uit DOC-584 (bitcoins gekocht door de verdachte) en DOC-558 (bitcoins door de verdachte aan naam klant 7 verkocht) blijkt dat dit inderdaad deels zo is. De rechtbank licht dit als volgt toe.

In DOC-558 staan vijf transacties tussen de verdachte en naam klant 7.

Uit DOC-584 blijkt dat de bitcoins van 23 en 30 april 2015 afkomstig zijn van kraken.com:

De overige bitcoins uit DOC-558 zijn in DOC-584 niet te herleiden tot Kraken.com. Het verweer slaagt daarom deels, voor zover het betreft (9,19 + 14,29=) 23,48 bitcoins en (€ 2.014,68 + € 3.042,67 =) € 5.057,35.

De slotsom is dat de rechtbank uitgaat van een criminele herkomst van alle door de verdachte ingekochte bitcoins, behalve die van naam medeverdachte 6 en een deel van de aan naam klant 7 verkochte bitcoins.

Het verweer van de verdachte dat uit onderzoek begin 2015 bij de Kamer van Koophandel, Belastingdienst, AFM en DNB bleek dat zijn handelwijze legaal was, slaagt niet. Uit de overgelegde stukken blijkt wel dat de verdachte navraag heeft gedaan of handel in bitcoins tegen contante betaling toegestaan was, maar het antwoord dat gegeven wordt is slechts een algemeen antwoord. Het gaat in deze zaak ook uiteindelijk niet om de vraag of handel in cash is toegestaan. Dat is uiteraard zo. Waar het om gaat, is of er wordt gehandeld in zaken met een criminele herkomst.
 

Wist of behoorde de verdachte te weten van deze criminele herkomst?

De rechtbank is van oordeel dat dezelfde feiten en omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot het vermoeden van witwassen (§ 4.2.5), ook het bewijs van (voorwaardelijke) opzet van de verdachte opleveren. Kort gezegd: de verdachte handelde met grote regelmaat en met grote contante bedragen in openbare ruimtes met wederpartijen die hij, behalve zijn broer, niet goed kende, waarbij hij een aanzienlijke vergoeding ontving en wat de wederpartij anonimiteit opleverde. Dat anonimiteit belangrijk was – en de verdachte dat wist – blijkt alleen al uit de internetpostings van 23 mei 2014 en het getapte gesprek van 31 mei 2015. Van zijn broer wist hij op grond van het gesprek van 29 augustus 2015 dat deze over onverklaarde inkomsten beschikte. Dat de verdachte zijn klanten niet goed kende, is opmerkelijk, zeker gezien het feit dat de verdachte in minder dan twee jaar grote bedragen contant aan hen heeft betaald. Alleen al gelet op de omvang van de bedragen kan de bitcoinhandel van de verdachte niet worden vergeleken met handelstransacties die plaatsvinden op Marktplaats, zoals door de verdediging is betoogd. De omvang en frequentie van de bitcoinhandel van de verdachte zijn van dien aard dat de rechtbank aanneemt dat de verdachte niets van zijn klanten wilde weten.

De verdediging voert verder aan dat de verdachte dacht dat zijn klanten miners waren. Waaraan hij die gedachte ontleende is echter niet duidelijk geworden.

Vaststaat dat de verdachte enige navraag heeft gedaan bij instanties over zijn businessmodel, maar dat was pas in 2015, terwijl hij eind 2013 met zijn handel begon. Bovendien kwam zoals hierboven al is overwogen, daar geen antwoord uit dat de verdachte kon geruststellen.

De omstandigheid dat de verdachte geen wetenschap had van het bestaan van een site als Walletexplorer waarmee hij die herkomst van de bitcoins kon controleren, doet aan het voorgaande niet af: de verdachte had zich moeten onthouden van de handel in bitcoins op de wijze zoals hiervoor beschreven.
 

Conclusie

De verdachte heeft in de periode van 26 november 2013 tot en met 19 januari 2016 samen met zijn klanten bitcoins en girale en/of chartale gelden witgewassen.
 

Gewoonte witwassen

Gelet op de omvang van het aantal bitcoins dat door de verdachte is witgewassen en de periode waarin dit is gebeurd, acht de rechtbank bewezen dat sprake is van gewoontewitwassen.
 

Strafbaarheid van het feit

De verdediging heeft aangevoerd dat de verkoop van bitcoins aan Kraken.com, zo het onder de tenlastelegging zou vallen, geen strafbaar feit is vanwege de zogeheten ‘eigen misdrijf’ exceptie. Als de verdachte bij de aanschaf van die bitcoins zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, dan is dat het brondelict, aldus de verdediging. Dit verweer slaagt niet omdat het de in- en verkoop van de bitcoins ten onrechte als afzonderlijke feiten benadert. Het witwassen door de verdachte betreft de aanschaf, het voorhanden hebben en de verkoop van bitcoins die afkomstig zijn van andermans misdrijf, namelijk het brondelict zoals dat het meest concreet blijkt bij naam medeverdachte 7, naam medeverdachte 2 en naam medeverdachte 5.
 

Bewezenverklaring

  • Medeplegen van gewoontewitwassen
     

Strafoplegging

  • Gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF