Aanpak online handel in drugs

In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC) is door RAND Europe een onderzoek uitgevoerd naar drugshandel via het internet. Het opgeleverde rapport biedt een overzicht van de aard en omvang van de door internet gefaciliteerde drugshandel.

Hoewel enerzijds kan worden geconcludeerd dat internethandel vooralsnog een (zeer) klein onderdeel vormt van de totale drugshandel, is deze anderzijds wel groeiende en nemen Nederlandse handelaren een relatief prominente plaats in. Dit laatste geldt voornamelijk voor de handel in synthetische drugs. 

Het bestrijden van georganiseerde drugscriminaliteit blijft een prioriteit van politie en Openbaar Ministerie. Dit betreft met nadruk ook synthetische drugs. De aanpak blijft er op gericht om de drugshandel zo veel als mogelijk bij de bron aan te pakken en het productieproces te belemmeren. Ook drugs die via internet worden verhandeld, dienen fysiek geproduceerd en verhandeld te worden. Het belemmeren van het productieproces betekent dan bijvoorbeeld het bemoeilijken van de verkrijgbaarheid van hardware en chemische grondstoffen, de zogenaamde precursoren. Hiertoe wordt intensief samengewerkt met de bronlanden van deze stoffen. Deze internationale aanpak wordt mede ingevuld door de actieve rol die Nederland speelt in het zogenoemde EMPACT-project synthetische drugs, waarin samen met andere EU-lidstaten wordt ingezet op het verminderen van de productie en distributie van synthetische drugs in de EU. 

In het kader van dit onderwerp van gedigitaliseerde modus operandi is ook wetgeving nodig om het instrumentarium van de opsporing gelijke tred te laten houden met de technologische ontwikkelingen. Op 21 december 2015 heeft de Staatssecretaris van Veiligheid & Justitie het wetsvoorstel Computercriminaliteit III aan het parlement gestuurd. Dit wetsvoorstel bevat de bevoegdheid tot binnendringen in een geautomatiseerd werk ten behoeve van de opsporing van strafbare feiten. De inzet van deze bevoegdheid is gebonden aan strikte voorwaarden en waarborgen. Deze bevoegdheid is onder meer van belang voor de opsporing van illegale marktplaatsen op internet. Beheerders en gebruikers van dergelijke marktplaatsen bedienen zich veelal van geavanceerde anonimiseringstechnieken om uit handen van de opsporing te blijven. De bevoegdheid tot binnendringen in een geautomatiseerd werk maakt het in veel meer gevallen mogelijk het geautomatiseerd werk, de beheerder en/of de gebruikers te identificeren, wat cruciaal is voor de effectiviteit van het opsporingsonderzoek. 

Resultaten

De onderzoekers schatten dat de mondiale drugsrelateerde omzet op cryptomarkten tussen de 12 en 22 miljoen euro per maand ligt. Volgens de onderzoekers is dit een beperkt bedrag, wanneer het wordt vergeleken met de traditionele offline drugshandel2 . De meeste omzet op het darknet werd gegenereerd door handel in cannabis (31%), stimulanten (zoals amfetamine) (24%) en ecstasy (16%). Het leeuwendeel van de transacties heeft een handelswaarde van onder de honderd euro en is daarom waarschijnlijk voor persoonlijk gebruik door de koper (of binnen diens directe sociale kring). Hoewel geringer in aantal, zorgen «groothandelsbestellingen» (boven de duizend euro) wel voor een fors deel van de omzet (25%) op cryptomarkten. De onderzoekers concluderen hieruit dat de kopersgroep niet alleen uit individuele gebruikers bestaat, maar ook uit dealers die zich bevoorraden. 

Nederlandse verkopers

De onderzoekers hadden speciale aandacht voor de rol van Nederlandse verkopers. Zij berekenden dat ongeveer 8% van de totale maandelijkse omzet van drugshandel op het darkweb was te herleiden naar Nederlandse aanbieders. Hiermee is Nederland het vijfde verkoopland (na de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Australië en Duitsland). 

Meer dan buitenlandse verkopers concentreren Nederlandse verkopers zich op de verkoop van ecstasy. Bijna de helft van de opbrengsten van Nederlandse verkopers kwam voort uit de verkoop van dit type drugs. Ook viel op dat bestellingen van groothandelsformaat bij Nederlandse verkopers vaak dit type drugs betrof. Dit past volgens geïnterviewde experts bij de relatief grote rol die Nederland speelt bij de productie van ecstasy. Een opvallende bevinding is dat Nederlandse verkopers slechts in beperkte mate in cannabis handelen. 

Trends

Sinds 2013 is de omzet van drugshandel op cryptomarkten verdubbeld en het aantal verkopers verzesvoudigd. Het vertrouwen tussen kopers, verkopers en beheerders is echter gedaald, naar aanleiding van het oprollen van cryptomarkten door de overheid en door oplichtingspraktijken. Het gedaalde vertrouwen lijkt de online verkoop vooralsnog niet te bedreigen, maar maakt dat sommige verkopers hun klanten aanmoedigen om buiten de cryptomarkten om te handelen. 
Opsporing

In het onderzoek is ook gekeken naar mogelijke strategieën voor de opsporing van drugshandel via internet. In het rapport worden vier categorieën van strategieën genoemd. 

  1. Traditionele opsporingsmethoden: de online drugshandel kent met de productie en distributie van drugs nog steeds fysieke aspecten die met traditionele methoden opgespoord kunnen worden;
  2. Het onderscheppen van postpakketten: geïnterviewden verwachten dat een verdere versterking van de samenwerking tussen de politie en post/koeriersbedrijven de opsporing van drugspakketten bevordert;
  3. Online opsporing; de onderzoekers geven aan dat big data technieken kunnen helpen om verkopers en beheerders van cryptomarkten te identificeren;
  4. Disruptie: de politie zou het vertrouwen tussen verkopers en kopers kunnen ondermijnen door marktplaatsen neer te halen en te laten zien dat zij in staat is om actoren te identificeren.

Internationale samenwerking en goede technische capaciteiten en middelen voor opsporing op het darknet spelen volgens de onderzoekers een belangrijke faciliterende rol bij elk van de hiervoor genoemde categorieën. Naast mogelijkheden zien de onderzoekers ook barrières voor de opsporing. De belangrijkste daarvan is dat de bij drugshandel betrokken actoren zich snel aanpassen aan (mogelijkheden voor) interventies door de overheid.
 
Bron: Brief van de Minister van Veiligheid & Justitie aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag d.d. 19 augustus 2016

 
 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF