Vrijspraak bezit kinderporno: advocaat toonde aan dat gebruik zoektermen als ‘Young’, ‘Fresh’ en ‘Teen’ niet naar KIPO leiden

Gerechtshof Amsterdam 18 augustus 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3698

Standpunt en vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde, met uitzondering van de afbeelding die onder het vijfde gedachtestreepje van het onder 1 ten laste gelegde is opgenomen en met uitzondering van het aldaar ten laste gelegde bestanddeel ‘een gewoonte maken’. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd, te weten een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 dagen met een proeftijd van 2 jaren.

De advocaat-generaal heeft ter onderbouwing van haar vordering betoogd dat de verdachte zich, door zoekopdrachten te geven met behulp van de termen ‘young’, ‘fresh’ en ‘teens’, willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat onder het op die wijze vergaarde pornografisch materiaal ook kinderpornografisch materiaal zit. De gebruiker dient in haar optiek alles in het werk te stellen om het risico op het bezit van kinder- en dierenpornografisch materiaal uit te sluiten, hetgeen de verdachte heeft nagelaten.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte grote aantallen bestanden met reguliere pornografische afbeeldingen heeft gedownload en nimmer het (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het voorhanden hebben van de onder 1 en 2 ten laste gelegde afbeeldingen, zodat de verdachte van de ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken. Het heeft er in de visie van de raadsman alle schijn van dat de als ongeoorloofd aangemerkte afbeeldingen als ‘bijvangst’ op de computer van de verdachte terecht zijn gekomen.

Vrijspraak

Met de rechtbank, de advocaat-generaal en (impliciet) de raadsman is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte de in het onder 1 ten laste gelegde opgenomen afbeeldingen van beweerdelijke kinderpornografische aard heeft verspreid, aangeboden, openlijk tentoongesteld, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, dan wel uitgevoerd.

De ter beantwoording voorliggende vraag is of wél bewezen kan worden dat de verdachte de onder het onder 1 ten laste gelegde opgenomen afbeeldingen heeft verworven dan wel in bezit heeft gehad en de onder 2 opgenomen afbeelding van dierenpornografische aard in bezit heeft gehad.

Daarvoor is vereist dat komt vast te staan dat het opzet van de verdachte – al dan niet in voorwaardelijke vorm – gericht is geweest op het verwerven, dan wel in het bezit hebben van de gewraakte afbeeldingen (vgl. HR 26 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1713). Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals in casu het verwerven c.q. het bezit van kinder- en dierenpornografische afbeeldingen – is aanwezig indien de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden. Het zal moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.

In dit geval geldt het volgende.

Op een computer die bij de verdachte van medio 2012 tot december 2013 in gebruik is geweest zijn, na inbeslagname daarvan en onderzoek door Bureau Zedenpolitie, in totaal 160.132 afbeeldingen met een pornografisch karakter aangetroffen. Daarvan is door een bij dat bureau dienstdoende politieambtenaar een zeer klein deel als kinder- dan wel dierenpornografisch bestempeld, te weten 16 afbeeldingen als kinderpornografisch en één afbeelding als dierenpornografisch.

De verdachte heeft van meet af aan ontkend dat hij deze afbeeldingen ooit heeft gezien voordat deze door de politie aan hem werden getoond. Deze verklaring is niet onverenigbaar met de inhoud van het dossier en vindt daarin in zoverre zelfs bevestiging dat bij het onderzoek van de politie is gebleken dat bij elk opgeslagen beeldbestand de datum en het tijdstip van de ‘file modified date’, de ‘file created date’ en de ‘file last access date’ gelijk zijn. Daaruit kan worden afgeleid dat de verdachte de bestanden niet heeft geopend.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte toegelicht dat en op welke wijze hij via het internet en zogenaamde ‘torrents’ heeft gezocht naar pornografische afbeeldingen waarop meerderjarige vrouwen te zien waren. Daarbij downloadde hij grote aantallen bestanden, waarvan hij slechts een deel bekeek. Deze uitleg acht het hof evenmin onverenigbaar met de inhoud van het dossier.

Uit een en ander kan van het opzet van de verdachte op het bezit van strafbaar materiaal niet worden afgeleid; de zeer geringe hoeveelheid van dat materiaal ten opzichte van hetgeen in totaal aan pornografisch materiaal is aangetroffen, vormt in de ogen van het hof zelfs een contra-indicatie.

Anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de omstandigheid dat de verdachte bij het zoeken naar regulier pornografisch materiaal gebruik heeft gemaakt van zoektermen als ‘Young’, ‘Fresh’ en ‘Teen’ in deze specifieke zaak onvoldoende zeggingskracht heeft. De verdachte heeft op de terechtzitting in hoger beroep uitgelegd dat deze termen op pornosites plegen te zijn gekoppeld aan categorieën van afbeeldingen waarin vrouwen in de leeftijd van 18 tot 24 of 25 jaar figureren, hetgeen de raadsman met behulp van de resultaten van een zoekmachine heeft geadstrueerd. Deze stelling komt het hof niet als hoogst onaannemelijk voor, terwijl deze geen weerlegging vindt in de verdere inhoud van het procesdossier. Het hof merkt in dit verband nog op dat de verdachte ook naar pornografisch materiaal heeft gezocht met behulp van de term ‘18+’.

Het hof komt tot de conclusie dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte welbewust kinder- en dierenpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad of hiernaar welbewust heeft gezocht. Evenmin staat buiten redelijke twijfel dat de verdachte zich bewust is geweest van de aanmerkelijke kans dat hij door het downloaden van geoorloofd pornografisch materiaal op de wijze waarop hij heeft gedaan tevens kinder- en dierenpornografische afbeeldingen zou verwerven c.q. in zijn bezit zou krijgen, noch dat hij die kans heeft aanvaard.

Dat betekent dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.


Lees hier de volledige uitspraak. 
 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF