Aangifte- & meldingsbereidheid laagst onder slachtoffers van diverse vormen van cybercriminaliteit

Het WODC heeft in opdracht van de Tweede Kamer onderzoek gedaan naar de daling in de (cijfers over de) aangiftebereidheid van burgers. Daaruit is gebleken dat de aangifte- en meldingsbereidheid verreweg het grootst is onder slachtoffers van woninginbraak en autodiefstal. Onder slachtoffers van vernielingen, seksuele mishandeling en diverse vormen van cybercriminaliteit (identiteitsfraude, koop- en verkoopfraude, cyberpesten en hacken) is de aangifte- en meldingsbereidheid daarentegen het laagst.

Van slachtofferschap van cybercriminaliteit wordt zelden aangifte gedaan of melding gemaakt. Slachtoffers van cyberpesterij of hacks doen in minder dan 10 procent van de gevallen aangifte hiervan.

Volgens het WODC is het opvallend dat cybercrime zo weinig wordt gemeld, omdat uit slachtofferenquêtes blijkt dat internetmisdaden juist steeds vaker voorkomen. "Cybercriminaliteit is een snel in omvang toenemende vorm van misdaad die, zo blijkt uit de uitkomsten van de Veiligheidsmonitor, inmiddels tot de meest gerapporteerde vormen van criminaliteit behoort. Het gaat hierbij om een grote diversiteit aan misdrijven waarvan de aangifte- en meldingsbereidheid veel lager is dan van traditionele misdrijven."

In een reactie aan de Tweede Kamer schrijft minister Ard van der Steur dat organisaties als het Landelijk Meldpunt Internetoplichting (LMIO) en het Meldpunt Kinderporno ervoor moeten zorgen dat cybercrime vaker wordt gemeld.

Lees hier het volledige rapport: 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF