Hof bevestigt uitspraak m.b.t. kinderporno m.u.v. straf(motivering) gelet op ontwikkeling van de verdachte

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 augustus 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:3593

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en behandeling bij Kairos, en met onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen laptop.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat feiten als de onderhavige zeer ernstig van aard zijn en in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. Met name de zeer nadelige gevolgen die het bezitten en verspreiden van kinderpornografisch materiaal hebben op de minderjarige slachtoffers maken de feiten zeer ernstig. Verdachte had zich dit moeten realiseren en zich van het plegen van dergelijke feiten moeten onthouden. Het hof rekent verdachte de feiten zwaar aan. De door de rechtbank opgelegde straf acht het hof dan ook in beginsel passend.

Evenwel heeft het hof ook acht geslagen op:

  • de feiten en omstandigheden waaronder verdachte het feit heeft begaan, te weten dat verdachte slechts een relatief beperkt aantal afbeeldingen en bestanden met kinderporno in bezit heeft gehad c.q. verspreid.
  • de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Met betrekking tot deze persoonlijke omstandigheden heeft het hof acht geslagen op het reclasseringsrapport betreffende verdachte van 23 juni 2016, waaruit onder meer blijkt dat verdachte het “terugvalpreventie”-traject bij Kairos succesvol heeft doorlopen, dat hij nog altijd bij Kairos onder behandeling is en dat hij zijn eigen delictgedrag afkeurt. Ook wordt het recidiverisico als laag/gemiddeld ingeschat. Ook uit de justitiële documentatie blijkt het hof niet van aanwijzingen dat verdachte zich in de toekomst wederom aan soortgelijke feiten schuldig zal maken.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is voorts aannemelijk geworden dat verdachte zijn sociale isolement – dat naar zijn zeggen mede ten grondslag heeft gelegen aan zijn delictgedrag – heeft doorbroken en dat hij inzicht heeft gekregen in het laakbare van zijn handelen. Naar het oordeel van het hof is er een grote kans dat oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de positieve ontwikkeling die verdachte doormaakt zal doorbreken. Het hof acht dit onwenselijk.

Evenals de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat oplegging van een taakstraf van maximale omvang, met daarnaast oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf, passend en geboden is.

Naar het oordeel van het hof kan echter niet worden volstaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden als door de advocaat-generaal gevorderd omdat daarin de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, onvoldoende tot uitdrukking komt.

Het hof acht een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden passend en geboden. Gelet op het bepaalde in art. 22b Sr. zal van die gevangenisstraf een dag onvoorwaardelijk worden opgelegd.


Lees hier de volledige uitspraak. 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF