Gevangenisstraf van 2 jaar voor medeplegen van internetoplichting & witwassen

Rechtbank Rotterdam 30 juni 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:4946

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting kan als vaststaand worden aangemerkt dat in de ten laste gelegde periode een groot aantal personen is bewogen tot de afgifte van meerdere geldbedragen voor de aankoop van elektronische apparatuur.

In het algemeen kan worden gezegd dat het in zaken zoals de onderhavige zaak neerkomt op de vraag of kan worden vastgesteld dat de daders gebruik hebben gemaakt van één (of meer) van de in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht opgesomde oplichtingsmiddelen en zo ja, of ook uit het dossier naar voren komt dat degene die aangifte heeft gedaan is bewogen tot het overmaken van geld door het gebruik van dat/die oplichtingsmiddel(en).

In de onderhavige zaak kan als vaststaand worden aangenomen dat de consumenten/slachtoffers een website ( bedrijf.nl) dan wel advertentie hebben gezien, waarna zij ertoe zijn overgegaan om een bestelling te plaatsen.

Uit het dossier blijkt dat er op de website dan wel in de advertentie (eerst) vanaf eind november 2014 voornamelijk populaire elektronische apparatuur werd aangeboden. De prijzen die daarvoor werden gevraagd waren gezien de marktwaarde van de betreffende producten aan de lage kant, zonder dat op basis van die prijzen meteen argwaan behoefde te ontstaan.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad levert de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als een bonafide verkoper - die in staat en voornemens is zijn verplichting na te komen - het aannemen van een valse hoedanigheid noch een listige kunstgreep op.

De rechtbank is, evenals de officier van justitie en door de verdediging niet betwist, van oordeel dat in casu geen sprake is van de ‘enkele omstandigheid’ dat de daders zich als bonafide verkopers hebben voorgedaan. Er is méér. Uit de stukken van het dossier volgt dat de website is aangemeld bij onder meer vergelijk.nl en kieskeurig.nl, welke keurmerken bij consumenten vertrouwen plegen op te wekken. De website “ bedrijf.nl” wordt op dat moment nog “slapend” gehouden (dat wil zeggen: er worden geen courante goederen aangeboden), waardoor de suggestie wordt gewekt dat er niets mis is met de website. Op dat moment gaat er bij niemand, ook niet bij de keurmerken, een belletje rinkelen. Vlak voor de decembermaand - in welke periode mensen bij uitstek cadeaus voor elkaar plegen te kopen - wijzigt het aanbod van bedrijf en worden populaire artikelen aangeboden zoals telefoons en tablets. Door gebruikmaking van keurmerken en de professioneel ogende eigen website en van advertenties, met gedetailleerde technische- en prijsspecificaties van de aangeboden producten, het gebruik van een bedrijfsnaam, het gebruik van BTW-facturen die een bedrijfsmatige activiteit suggereren - wat wordt versterkt door de vermelding van een KvK-inschrijving - en professionele en betrouwbaar geachte betalingsdiensten, hebben de daders wel degelijk bewust een “valse hoedanigheid” gebruikt, te weten de valse hoedanigheid van bonafide professionele verkopers aangenomen en “listige kunstgrepen”. De vertrouwenwekkende aard, het aantal en het elkaar versterkende karakter van de diverse onware mededelingen, alsook het gegeven dat deze tot particuliere personen waren gericht, maken dat de handelingen van de daders, tezamen genomen, naar het oordeel van de rechtbank moeten worden gekwalificeerd als een “samenweefsel van verdichtsels”. De daders hebben door hun handelwijze bedrieglijk misbruik gemaakt van een op internet geldend handelspatroon waarvan een aan aflevering voorafgaande betaling onderdeel vormt, met een daaraan verbonden specifieke rolverwachting van de deelnemers.

De rechtbank acht het aannemelijk dat de gedragingen van de daders, tezamen en in onderling verband bezien, er in bepalende mate aan hebben bijgedragen dat de slachtoffers in de waan werden gebracht met een bonafide verkoper van doen te hebben.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat er sprake is geweest van “oplichting” in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht en in de lijn van de bestendige jurisprudentie met betrekking tot dit delict.

Betrokkenheid verdachte

De verdediging heeft betoogd dat uit niets blijkt dat de verdachte van meet af aan op de hoogte was van het oogmerk tot oplichten noch dat zijn (voorwaardelijk) opzet op deze oplichting was gericht. Achteraf blijkt ook dat de verdachte niets aan de oplichting heeft overgehouden, wat in de visie van de verdediging nog een extra aanwijzing is dat de verdachte zichzelf nooit heeft willen bevoordelen door derden op te lichten. Van medeplegen is geen sprake, aldus de verdediging. Hooguit kan de betrokkenheid van de verdachte aangemerkt worden als medeplichtigheid.

Voor de beoordeling van de betrokkenheid van de verdachte gaat de rechtbank uit van de volgende uit de inhoud van het strafdossier en het onderzoek ter terechtzitting gebleken feiten en omstandigheden.

De verdachte is in mei 2015 door een ander (hierna: mededader) benaderd om een bedrijf op zijn naam te zetten. Dit bedrijf heette bedrijf BV. De mededader zou alles regelen en de verdachte zou een deel van de winst ontvangen. De verdachte en zijn mededader zijn vervolgens naar onder meer de Kamer van Koophandel en een aantal banken gegaan om de benodigde formaliteiten te vervullen en rekeningen te openen. Telkens stelde de verdachte zijn identiteit beschikbaar en voorzag hij formulieren en machtigingen van zijn handtekening. Vanaf 25 augustus 2014 stond de verdachte geregistreerd als bestuurder enig aandeelhouder van het bedrijf. Het bezoekadres van het bedrijf was gelijk aan het door de verdachte gebruikte postadres. Het telefoonnummer van de verdachte was bij meerdere instellingen bekend als contactnummer voor bedrijf BV, en ook bij de boeking van een ticket op naam van de verdachte werd dit nummer (eindigend op nummer ) doorgegeven.

In de periode van 28 november 2014 tot 2 december 2014 hebben in totaal 584 consumenten geld overgemaakt naar vier verschillende bankrekeningen van bedrijf BV. De verdachte heeft verklaard dat hij meerdere malen contant geld heeft gepind van aan het bedrijf gelieerde bankrekeningen. Die bankrekeningen stonden op naam van de verdachte. De verdachte moet betrokken en zich bewust zijn geweest van die rekeningen, nu die eenmaal niet buiten medeweten van hem als rekeninghouder geopend kunnen worden. Daarnaast zijn er contant grote geldbedragen opgenomen in het Holland Casino. Uit bezoekersregistraties van dat casino blijkt dat een persoon - die zich heeft gelegitimeerd met het rijbewijs van de verdachte - zich op de tijdstippen dat die cashopnames plaatsvonden in het casino bevond. Nu de verdachte bij de politie heeft verklaard dat hij zijn rijbewijs nooit uitleent (p. 400), moet dit naar het oordeel van de rechtbank de verdachte zijn geweest. Voorts is tweemaal een vliegticket op naam van de verdachte geboekt, waarbij de betaling werd verricht via een aan de verdachte gelieerde bankrekening. De verdachte heeft zich aldus bezig gehouden met het veiligstellen van grote sommen geld en meegedeeld in de opbrengst.

Naar het oordeel van de rechtbank wist de verdachte dat deze bedragen afkomstig waren van oplichting. De verdachte doet het naar de kern genomen voorkomen alsof hij alleen als een soort katvanger heeft gefungeerd, de rechtbank acht dit echter ongeloofwaardig. In de eerste plaats acht de rechtbank dat niet aannemelijk, omdat alle geldstromen naar de verdachte leiden. Daarnaast verklaart de verdachte inconsistent en heeft hij geen inzage willen geven in hetgeen is gebeurd. Tot slot is het ongeloofwaardig dat hij van een ander (ene onbekend gebleven P 1 ) zomaar geldbedragen of een percentage van de omzet zou krijgen zonder dat de verdachte wetenschap had op welke wijze dat geld werd verdiend. Dit klemt te meer nu uit zijn eigen verklaring volgt dat hij wist dat via de website (van bedrijf ) allerlei bestellingen binnen kwamen en dat ook het geld binnen kwam (p. 390).

Ook getuige A heeft verklaard dat de verdachte bezig was met een bedrijf bedrijf ; hij noemt het zelfs het bedrijf van de verdachte (p. 426-427). Hij heeft de verdachte nog gevraagd hoe het met zijn bedrijf ging, waarop de verdachte heeft geantwoord dat het goed ging (p. 442).

Op grond van het voorgaande is de rechtbank, samen met de officier van justitie, van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de mededader is komen vast te staan. De bijdrage van de verdachte aan de oplichting is naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen.

Witwassen

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde witwassen. Volgens de verdediging betreft het in de tenlastelegging vermelde bedrag de opbrengst van de geplaatste bestellingen via bedrijf BV gedurende de periode van 28 november tot 1 december 2014. Dat geld is direct afkomstig uit eigen misdrijf, te weten oplichting, aldus de verdediging.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat het enkele storten van geldbedragen, die onmiddellijk afkomstig zijn uit eigen misdrijf, op eigen bankrekening onvoldoende is om te kunnen spreken van een gedraging die gericht is op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de geldbedragen. Volgens de verdediging geldt de uitspraak van de Hoge Raad ook voor de situatie waarin geld van de eigen bankrekening wordt gehaald. Ook het geld opnemen om het vervolgens aan de mededader te geven is in de visie van de verdediging geen gedraging die de criminele herkomst van het geld verhult dan wel verbergt. Geen van de gedragingen van de verdachte heeft er direct toe geleid dat het geld in het economisch verkeer is gebracht waarmee de criminele herkomst niet meer te herleiden valt.

De rechtbank stelt vast dat in korte tijd, namelijk in de periode van 28 november 2014 tot 2 december 2014, op rekeningen van bedrijf BV vele bedragen zijn binnengekomen, bestemd voor de aankoop van elektronische apparatuur. In totaal gaat het om een bedrag van vele duizenden euro’s, dat geheel afkomstig is van een misdrijf, te weten de mede door de verdachte gepleegde oplichting. De verdachte was de enige beheerder van de bankrekeningen en als enige bevoegd om overschrijvingshandelingen te verrichten. Bedragen werden deels overgemaakt naar andere rekeningen ten name van bedrijf BV of naar rekeningen op naam van de verdachte. Van die rekeningen zijn bedragen contant opgenomen. Voorts zijn er bedragen naar derden overgemaakt, waarna er van die rekeningen wederom cash geld is opgenomen.

Hierdoor heeft de verdachte, samen met zijn mededader(s), crimineel geld in het reguliere economische verkeer gebracht. Uit de jurisprudentie over het verwerven en voorhanden hebben van geld uit zelf begane misdrijven, hetgeen zich in deze zaak voordoet, volgt dat in die gevallen het verwerven en voorhanden hebben tevens het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het geld moet omvatten. Gelijk de officier van justitie in haar requisitoir uiteen heeft gezet (mede in bijlage 2) is in totaal een bedrag van € 92.400,-- opgenomen van de diverse rekeningen. Anders dan de officier van justitie merkt de rechtbank deze geldopnames niet aan als een omzettingshandeling. Immers, het geld op een rekening bleef gewoon geld, zij het in contante vorm. Van omzetten was aldus geen sprake. De rechtbank is echter wel van oordeel dat door deze contante opnames de werkelijke aard en herkomst en de rechthebbende van dat geld is verborgen en verhuld. Dat contante geld is immers, anders dan het geld op de rekeningen, niet meer te traceren en niet meer te herleiden tot de oplichting of tot een bepaald persoon.

De rechtbank acht derhalve bewezen dat de verdachte als medepleger heeft bijgedragen aan het verhullen en verbergen van de herkomst van het geld en zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen tot een bedrag van € 92.400.

Bewezenverklaring 

  • Feit 1 primair: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.
  • Feit 2 primair: medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF