Preadvies NJV: Privacyregels lopen achter bij ‘big data’

De preadviezen van de Nederlandse Juristen-Vereniging hebben dit jaar als onderwerp homo digitalis. Onderwerpen en auteurs zijn: 

  • Privacy voor de homo digitalis – E.M.L. Moerel en J.E.J. Prins 
  • Data-gestuurde intelligentie in het strafrecht – M. Hildebrandt 
  • Privaatrecht voor de homo digitalis: eigendom, gebruik en handhaving – T.F.E. Tjong Tjin Tai 
  • Wordt de homo digitalis bestuursrechtelijk beschermd? – G-J. Zwenne en A.H.J. Schmidt

Samenvatting preadvies mevrouw prof. mr. E.M.L. Moerel en mevrouw prof. mr. J.E.J. Prins

De preadviseurs analyseren innovatief gegevensgebruik binnen de private sector aan de hand van ‘big data’ en ‘Internet of Things’ en constateren dat de huidige regels voor de omgang met persoonsgegevens onvoldoende aansluiten bij zowel de risico’s als kansen die deze nieuwe fenomenen meebrengen.

Als oplossing stellen de preadviseurs voor een toets aan de hand van een gerechtvaardigd belang bij de verzameling en (verdere) verwerking van gegevens. Zij betogen dat dit een effectievere privacybescherming oplevert die meer legitimiteit geniet dan een beoordeling zoals verlangd door het huidig wettelijk regime op basis van primair het doel waarvoor de persoonsgegevens zijn verzameld. De gepresenteerde aanpak brengt mee dat bedrijven hun gegevensgebruik niet langer uitsluitend kunnen baseren op daartoe verkregen toestemming dan wel de uitvoering van een overeenkomst.

De preadviseurs doen verder voorstellen hoe de wettelijke vereisten voor transparantie (informatieplichten en inzagerechten), het speciale regime voor de verwerking van bijzondere gegevens en de kwaliteit van gegevens te moderniseren.

Samenvatting preadvies mevrouw prof. mr. M. Hildebrandt

Dit preadvies richt zich op de materieel- en formeelrechtelijke implicaties van kunstmatige intelligentie binnen het strafrecht. Enerzijds gaat het daarbij om de komst van min of meer zelfstandig handelende systemen die strafbare gevolgen in het leven roepen, althans voor zover die kunnen worden toegerekend. Hierbij dienen zich nieuwe vraagpunten aan rond daderschap, causaliteit, wederrechtelijkheid en schuld. Een belangrijk aandachtspunt betreft de vraag in hoeverre data-gestuurde intelligentie verleidt tot toerekening op basis van de uitkomsten van machinaal leren.

Anderzijds gaat het om de heimelijke inzet van technische systemen om mogelijke verdachten in het vizier te krijgen. Het advies richt zich met name op de gevolgen van de voortgaande verschuiving naar de voorfase van de opsporing voor de onschuldpresumptie.

De vraag is hoe de eisen waaraan die technische systemen moeten voldoen burgers kunnen beschermen tegen ondermijning van de onschuldpresumptie en onderzoekt in hoeverre de strafrechter die bescherming al dan niet kan bieden.

Samenvatting preadvies de heer prof. mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai

De privaatrechtelijke belangen van individuen in de digitale wereld zijn breder dan alleen privacy. Adequate bescherming van deze belangen behoeft aanpassing op verschillende punten: (1) een meer goederenrechtelijke benadering van data en andere digitale activa, (2) aanvullende rechterlijke toetsing van contracten over digitale activa en privacy-gevoelige data, en (3) institutionele wijzigingen teneinde de effectiviteit van handhaving te vergroten. De rechtsontwikkeling begeeft zich daadwerkelijk in de geschetste richting, echter op diverse punten is aanpassing wenselijk om obstakels of onduidelijkheid weg te nemen.

Voorbeelden zijn de mogelijkheid van digitaal beslag en verhaal, de omvang van zorgplichten van ISPs, institutionele regelingen voor digitale identificatie en bewijs, online geschilbeslechting, executie en verhaal. Verder is nader onderzoek nodig over kwesties zoals bijvoorbeeld de meer fluïde aard van data versus de eigenschappen van zaken, in hoeverre exclusiviteit noodzakelijk is, invulling van de onredelijkheidstoets bij digitale contracten. Privaatrechtelijke privacybescherming kan met bestaande remedies worden bereikt.

Samenvatting preadvies de heer prof. mr. G-J. Zwenne en de heer prof. mr. A.H.J. Schmidt

In dit preadvies verdiepen de preadviseurs zich in de rechtspositie van de mens, homo digitalis, die zich moet zien te handhaven in een gedigitaliseerde wereld en die daarin een weg moet zien te vinden.

Om te beginnen zetten de preadviseurs in dit eerste hoofdstuk uiteen wat de preadviseurs bedoelen met de notie van homo digitalis voor de bestuurder en de bestuurde. Ze ontlenen daarbij inzichten aan andere menstyperingen, zoals de homo economicus, de homo ludens, homo universalis etc.

Vervolgens doen de preadviseurs een poging aan de hand van voorbeeldsituaties te inventariseren, te categoriseren en te analyseren met welke risico’s of bedreigingen de homo digitalis te maken kan krijgen als gevolg van digitalisering bij de overheid. En daaraan koppelen wij dan welke positiefrechtelijke middelen het bestuursrecht te bieden heeft om deze het hoofd te bieden, en of er daaraan iets hapert. De preadviseurs vatten dit ruim op. Ze hebben het over burgers en andere bestuurden (organisaties, ondernemingen etc.) die een andere positie krijgen c.q. innemen ten opzichte van de digitaliserende c.q. gedigitaliseerde overheid. In de slotbeschouwing proberen de preadviseurs een en ander samen te brengen, om te komen tot conclusies, met daarbij aandacht voor generaliseerbaarheid, en voor wat we wel en niet kunnen verwachten van het bestuursrecht als sturingsinstrument. 

Het pre-advies wordt afgesloten met de aanbeveling om bij onderzoek naar de door de preadviseurs waargenomen trends aan het bestuursrecht als instrument nieuwe betekenis te geven. En met de constatering dat een aloud politiek credo verandert: dathet garanderen van de vrijheid van de (digitale) burger niet langer belangrijker is dan het garanderen van diens veiligheid.sluiten onvoldoende aan

Voor meer informatie: 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF