Kinderporno: verweer dat geen sprake is van ‘opzettelijk’ bezit

Rechtbank Rotterdam 21 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:3009

De verdachte heeft vijftien kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit gehad, nota bene nadat een eerdere strafzaak over kinderporno nog aanhangig was. De verdachte heeft deze afbeeldingen niet zelf gemaakt, maar hij heeft het wel voorhanden gehad en daarmee indirect geprofiteerd van de vervaardiging van dergelijk materiaal.

Standpunt verdediging

Namens de verdachte is integrale vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit nu er geen sprake is van ‘opzettelijk’ bezit van kinderporno. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte

weliswaar de afbeeldingen heeft bekeken, maar dit niet wil zeggen dat de verdachte opzettelijk bepaalde afbeeldingen in zijn bezit heeft gekregen nu er geen sprake is van bewuste vastlegging en beschikkingsmacht. Het digitaal forensisch onderzoek bevat daarvoor onvoldoende aanwijzingen.

Beoordeling rechtbank

De rechtbank overweegt dat voor strafbaar bezit van kinderporno vereist is dat sprake is van vastgelegde data, (op zijn minst voorwaardelijk) opzet op het bezit en beschikkingsmacht over de betreffende afbeeldingen (HR 29 februari 2006, LJN:AU9104, conclusie mr. Knigge). De rechtbank stelt vast dat uit het politieonderzoek blijkt dat er 15 kinderpornografische afbeeldingen (foto’s) op de iPad van de verdachte zijn aangetroffen. Er is daarmee sprake van vastgelegde data. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij kinderporno verzamelde en (na eerdere ontkenningen van het opslaan van foto’s op de iPad) dat voor het opslaan van een foto op de iPad de handeling ‘opslaan’ verricht moet worden. Hieruit blijkt dat de verdachte opzet heeft gehad op het bezit van de op zijn iPad aangetroffen afbeeldingen. Deze afbeeldingen waren allen ‘accessible’ en daarmee voor de verdachte – eigenaar en gebruiker van de iPad – toegankelijk, benaderbaar en zichtbaar. Daarmee had de verdachte ook de beschikkingsmacht over de afbeeldingen.

De beschikkingsmacht van de verdachte blijkt ook uit de verklaring van de verdachte waarin hij aangeeft de afbeelding van een jongen met een groen T-shirt en een ontbloot onderlijf te hebben bewerkt voordat hij die afbeelding plaatste op zijn VK-account.

Naar oordeel van de rechtbank heeft de verdachte opzettelijk kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit gehad. Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de periode van 14 maart 2014 tot en met 13 mei 2015 kinderpornografie in zijn bezit heeft gehad.

Bewezenverklaring

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden.

De verklaring die de verdachte geeft – dat hij boos was over de wijze waarop de politie was omgegaan met een brandstichting bij hem thuis en dat hij wilde kijken of de politie dit wel zou ontdekken – is, zo al waar, volstrekt onbegrijpelijk en ieder geval geen enkel excuus.

Uit de niet goed invoelbare verklaring van de verdachte over de reden van zijn gedrag en het overige materiaal dat op de iPad van de verdachte is aangetroffen, te weten 184 striptekeningen van naakte tienerkinderen, 906 afbeeldingen van minderjarige jongens tussen de 10 en 15 jaar oud met ontbloot bovenlijf, twee boeken over pedoseksualiteit en een pdf-bestand met verwijzingen naar sites waarop poserende, schaars geklede minderjarige jongens te zien zijn, blijkt dat gevreesd moet worden voor herhaling. Om die reden en rekening houdend met artikel 14c lid 1 onder b Sr zal de duur van de proeftijd worden bepaald op de wijze zoals hierna verwoord.

Lees hier de volledige uitspraak. 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF