Aanpak cybercrime door politie en OM schiet ernstig tekort

De aanpak van cybercriminaliteit door de Nederlandse politiekorpsen en door het Openbaar Ministerie (OM) schiet ernstig tekort. Dat is een van de conclusies van een kritisch rapport over de politie dat donderdagavond naar de Tweede Kamer is gestuurd.

In de aanpak van cybercriminaliteit op regionaal niveau is het grootste probleem dat veel cybercriminelen in diverse eenheden en districten slachtoffers maken. Dit maakt het moeilijk om een bepaalde eenheid aan te wijzen die met een bepaalde MO aan de slag gaat. Er is vaak meer onderzoek nodig voordat men bij een verdachte of groep uitkomt, en dan is steevast het argument dat de zaak niet in die eenheid thuishoort. Dit is het veel beklaagde gat tussen regionale en bovenregionale criminaliteit. 

Hier komt bij dat er binnen de politieorganisatie en bij het OM nog onvoldoende kennis is van cybercrime. Die kennis is wel aanwezig bij specialistische teams of digitale afdelingen, maar zou meer generiek beschikbaar moeten zijn. Vele eenheden beschouwen hun digitale experts als de personen die in beslag genomen telefoons moeten uitlezen en een image moeten maken van alle gegevensdragers die bij zoekingen worden meegenomen. Dit heeft echter weinig te maken met het opsporen van cybercriminaliteit. 

 Er is in de regionale eenheden ten aanzien van cyberzaken geen inzicht op instroom, onvoldoende sturing op de intake en screening en onvoldoende overleg tussen OM en politie over de afhandeling. Zaken worden te laat opgepakt door trage besluitvormingsprocessen. Er is onvoldoende capaciteit door prioritering van andere zaken (‘bloed’ gaat voor) en door een manifest gebrek aan ‘handjes’. Er zijn signalen dat het bedrijfsleven afhaakt en steeds minder aangifte doet van cybercrime, omdat dit zelden enig effect heeft. De aangiftebereidheid kalft af, waardoor het zicht op de aard en omvang van de cyberproblematiek vermindert. Cybercrime is bij uitstek een onderwerp dat een andere wijze van opsporing en vooral sturing vraagt.

Eén respondent omschrijft het als volgt:

“Uit het collectief handelen blijkt dat er geen visie is, geen ruimte voor creativiteit en verandervermogen en geen besluitvaardigheid. Ten aanzien van de problemen rond de intake van cybercrime weten we al anderhalf jaar wat er nodig is. Ondertussen komt het niet van de grond. De politie is vooral bezig om portfolio’s te ordenen en te wegen. De aandacht is versnipperd, er is geen focus”.

De opsporing en de bredere strafrechtsketen worden links en rechts ‘ingehaald’ door private partijen en burgerinitiatieven, bijvoorbeeld in de aanpak van cybercrime.
Het merendeel van de zaken wordt in het basisteam afgehandeld. Meerdere respondenten hebben aangegeven dat het opnemen van aangiften van cybercrime en (internet) fraude ondermaats is.
 
Er zijn echter ook positieve geluiden: de Nederlandse recherche weet in veel opzichten een hoge mate van professionaliteit aan de dag te leggen. Onze TGO’s bijvoorbeeld gelden internationaal als state of the art. Zo is het Team High-Tech Crime een wereldspeler in de bestrijding van cybercrime. 

Lees hier het volledige rapport:



 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF