Bezit van kinderporno - in de zin van daadwerkelijke beschikkingsmacht - dat op ‘unallocated’ en ‘deleted’ clusters van gegevensdragers stond, kan niet worden bewezen

Rechtbank Gelderland 2 mei 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:2502

Verdachte heeft niet betwist dat het bij hem aangetroffen beeldmateriaal van kinderporno-grafische aard zijn.

Op 11 mei 2012 had verdachte kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit, waarvan er in totaal 14162 kinderpornografische afbeeldingen ‘accessible’ waren, dat wil zeggen voor verdachte toegankelijk zonder speciale software. Deze afbeeldingen stonden op een grijze externe harde schijf.

Op de andere in 2012 in beslag genomen gegevensdragers zijn nog veel meer kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen, maar deze waren op 11 mei 2012, de aanvangsdatum van de ten laste gelegde periode, niet meer ‘accessible’ en dus niet voor verdachte toegankelijk zonder speciale software. Het bezit - in de zin van daadwerkelijke beschikkingsmacht - en verwerven door verdachte van het kinderpornografisch materiaal dat op de ‘unallocated’ en ‘deleted’ clusters van de op 11 mei 2012 in beslag genomen gegevensdragers stond, kan dan ook naar het oordeel van de militaire kamer niet worden bewezen.

Van de op 23 april 2014 in beslag genomen gegevensdragers heeft verdachte ter terechtzitting naar voren gebracht dat deze gegevensdragers achtergebleven waren bij de doorzoeking op 11 mei 2012 en niet pas nadien zijn aangeschaft, kennelijk bedoelend dat het gaat om kinderporno die dateert van vóór de ten laste gelegde periode. De militaire kamer acht dit niet aannemelijk. Immers, zowel verdachte als zijn echtgenote hebben tegenover de koninklijke marechaussee verklaard dat alle op 23 april 2014 in beslag genomen (en in ‘ruimte 6’ opgeslagen) goederen nieuw zijn.

Bovendien is uit onderzoek van de desktop Dell Dimension (5150PL2700-12-050295-24 ) naar voren gekomen dat ook na de doorzoeking in 2012 kinderporno op deze computer is geplaatst. Zo is op 12 december 2013 met zoektermen als “Naked children” en “Nude”, en op 8 januari 2014 met “Naturistenkind”, “Kutje” en “kid pissing” gezocht, hetgeen heeft geleid tot diverse zoekhistories. Deze zoekhistories zijn herleidbaar naar verschillende aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen en/of filmbestanden11. Voorts blijkt uit onderzoek van voornoemde gegevensdrager dat er veelvuldig is gezocht naar torrent websites, bijvoorbeeld op 5 februari 2013, en dat de zoekslagen binnen deze torrent websites herleidbaar zijn naar aangetroffen kinderpornografische bestanden12.

Gelet op deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte naast de bestanden die op 23 april 2014 in een ‘accessible’ cluster stonden ook de bestanden die in de ‘deleted’ en ‘unallocated’ clusters stonden op enig moment in de periode van 11 mei 2012 tot en met 23 april 2014 heeft verworven en in zijn bezit heeft gehad.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat overtuigend kan worden bewezen dat verdachte in de periode van 11 mei 2012 tot en met 23 april 2014 een grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen en films heeft verworven en in zijn bezit heeft gehad.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte, gelet op de pleegperiode, te weten bijna 2 jaren, alsmede de grote hoeveelheid aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen en films een gewoonte heeft gemaakt van de ten laste gelegde misdrijven.

Bewezenverklaring

  • Feit 1: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, terwijl de schuldige van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt, en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, terwijl de schuldige van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.
  • Feit 2: Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Strafoplegging

De verdediging heeft bepleit om de straf te matigen, gelet op het tijdsverloop tussen de verdenking in 2010 en uiteindelijk het onderzoek ter terechtzitting op 18 april 2016, alsmede de psychische druk die hij en zijn gezin hebben ervaren door het feit dat dit hen zo lang boven het hoofd hing. Daarnaast heeft de raadsvrouw betoogd dat er geen sprake is van een recidiverisico en dat verder rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat verdachte ontslag heeft gekregen waarbij zijn aanstaande vervroegd functioneel leeftijdsontslag is ingetrokken en hij thans alle zeilen bij moet zetten om zijn gezin financieel draaiende te houden.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van kinderpornografisch materiaal, waarbij het gaat om een grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen en filmfragmenten. Dit neemt de militaire kamer verdachte zeer kwalijk. Voorts neemt de militaire kamer niet alleen de periode gedurende welke verdachte deze heeft verzameld in aanmerking, maar ook het feit dat verdachte na de eerste inbeslagname in 2012 niet is gestopt met de kinderporno, maar zelfs is doorgegaan met het verwerven en opslaan van kinderporno. Aldus is naar het oordeel van de militaire kamer sprake van een ernstige situatie. Het baart de militaire kamer zorgen dat verdachte de ernst hiervan niet lijkt in te zien.

De militaire kamer veroordeelt verdachte tot:

  • een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 178 voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar;
  • een werkstraf voor de duur van 240 uren.

Lees hier de volledige uitspraak. 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF