Veroordeling wegens voorhanden hebben grote hoeveelheden kinderporno. Verweer dat hacker materiaal op computer heeft geplaatst wordt verworpen.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 april 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:2600

Verdachte heeft gedurende een periode van meer dan anderhalf jaar zeer grote hoeveelheden kinderpornografische afbeeldingen en films gedownload, voorhanden gehad en zich daartoe toegang verschaft. Onder het beeldmateriaal dat op de privé-computer en overige hardware van verdachte werd aangetroffen, bevonden zich afbeeldingen van zeer jonge slachtoffertjes die op afschuwelijke wijze worden misbruikt.

Het verweer dat een hacker het materiaal op de computer van verdachte moet hebben geplaatst, acht het hof op geen enkele wijze aannemelijk geworden. Daarbij neemt het hof in het bijzonder nog in aanmerking dat uit het proces-verbaal Digitaal onderzoek kinderpornografie van de politie onder meer blijkt dat het programma Teamviewer elke geslaagde verbinding met de server van een gehackte computer en elke poging daartoe vastlegt en dat het Teamviewer ID van de computer waarmee verbinding wordt gemaakt wordt geregistreerd, terwijl tijdens het technisch onderzoek door de politie geen spoor van dit soort verbindingen is aangetroffen, anders dan sporen afkomstig van bij verdachte in beslag genomen computermateriaal.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Daartoe is door de verdediging aangevoerd:

1. Er is sprake van onrechtmatig verkregen bewijs.

De rechtbank is er ten onrechte vanuit gegaan dat bij het onderzoek door de systeembeheerder van het Bedrijf 1 werd ingelogd op een werkcomputer die zich bij verdachte thuis bevond. Het was echter een privé-computer van verdachte waar deze systeembeheerder met de inloggegevens van verdachte op heeft ingelogd.

De politie heeft voorts nagelaten om naar aanleiding van de bevindingen van die systeembeheerder nader technisch onderzoek te verrichten met betrekking tot de vraag op welke wijze hij erin slaagde om toegang te verkrijgen tot de server van verdachte. Hierdoor staat niet vast dat het verdachte was, die het kinder-pornografisch materiaal op zijn computer heeft gedownload en opgeslagen. Het was immers voor derden kennelijk mogelijk om toegang tot de computer van verdachte te verkrijgen.

2. In de tweede plaats is als verweer aangevoerd dat verdachte niet op de hoogte was van de aanwezigheid van het kinderpornografisch materiaal op zijn server, harde schijf en usb-stick(s) en dat bij verdachte dus niet het opzet aanwezig was op het in het bezit hebben van dit materiaal. Mogelijk heeft een computer-hacker het materiaal op de computer van verdachte geplaatst. Zo’n situatie is technisch gezien niet onmogelijk en komt met regelmaat voor. De hacker heeft daarbij mogelijk gebruik gemaakt van het programma ‘Teamviewer’ om verdachtes server onopgemerkt te kunnen gebruiken.

Ter onderbouwing van het verweer is onder meer aangevoerd dat aan de privé-server van verdachte geen beeldscherm zat gekoppeld.

Voorts is door de verdediging in hoger beroep een rapport ingebracht van naam computerdeskundige, computerdeskundige van ‘Bedrijf 2’ gedateerd 16 maart 2016.

In het rapport staat dat hackers voor de opslag en verspreiding van illegaal materiaal regelmatig op zoek gaan naar slecht beveiligde servers/computers en ook met regelmaat daadwerkelijk daartoe toegang weten te krijgen, zonder dat de eigenaar van een dergelijk handelen op de hoogte is.

Nu de recherche door middel van technisch onderzoek erin is geslaagd om de codes te achterhalen die toegang konden verschaffen tot de ‘hidden containers’ op de computer van verdachte - waarbinnen kinderpornografisch materiaal is aangetroffen - moet ook dat voor (onbekend gebleven) derden mogelijk worden geacht.

Oordeel hof

Ad 1

Het hof begrijpt het verweer aldus, dat de raadsman stelt dat sprake is van vormverzuimen tijdens het vooronderzoek in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, waardoor de verdachte in zijn belangen is geschaad en waarop als sanctie bewijsuitsluiting zou moeten volgen.

Onder vormverzuimen wordt verstaan het niet naleven van strafprocesrechtelijke geschreven en ongeschreven vormvoorschriften.

De toepassing van artikel 359a Sv is beperkt tot vormverzuimen die zijn begaan bij het voorbereidend onderzoek, waaronder blijkens de wetsgeschiedenis met name zijn begrepen normschendingen bij de opsporing. Artikel 359a Sv is niet van toepassing indien het verzuim is begaan buiten het verband van het voorbereidend onderzoek. 1

Het hof gaat er met de verdediging van uit dat de systeembeheerder naam systeembeheerder van Bedrijf 1 het onderzoek verrichtte door in te loggen op de privé-computer/server van verdachte. Echter, daarmee staat nog geenszins vast dat sprake is geweest van een niet naleven van strafprocesrechtelijke geschreven en ongeschreven vormvoorschriften. Op geen enkele wijze is gebleken dat opsporingsambtenaren of anderen verbonden aan het openbaar ministerie op de hoogte waren van het handelen van de systeembeheerder dan wel dat ambtenaren of functionarissen van het openbaar ministerie hem hebben aangespoord tot een dergelijk onderzoek.

De stelling dat de politie ten onrechte heeft nagelaten om nader technisch onderzoek te verrichten naar de vraag op welke wijze voornoemde systeembeheerder erin was geslaagd om toegang te verkrijgen tot de server van verdachte leidt evenmin tot de constatering dat sprake is geweest van een vormverzuim, nu niet is gebleken dat door het uitblijven daarvan sprake is van het niet naleven van strafprocesrechtelijke geschreven en ongeschreven vormvoorschriften.

Ad 2

Met de rechtbank en de advocaat-generaal acht het hof het verweer dat een hacker het materiaal op de computer van verdachte moet hebben geplaatst, op geen enkele wijze aannemelijk geworden.

Voor de motivering verwijst het hof allereerst naar de overwegingen van de rechtbank dienaangaande op pagina 5 van het vonnis vanaf het kopje ‘Alternatief scenario’ tot en met de overwegingen op pagina 8 van het vonnis boven het kopje ‘De periode’. Het hof volgt die overwegingen en deze moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

Daarbij neemt het hof in het bijzonder nog in aanmerking dat - zoals verwoord in het vonnis op pagina 6 - uit het proces-verbaal Digitaal onderzoek kinderpornografie van de politie, eenheid Oost-Nederland van 28 mei 2013 (pag 220 e.v.), onder meer blijkt dat het programma Teamviewer elke geslaagde verbinding met de server van een gehackte computer en elke poging daartoe vastlegt en dat het Teamviewer ID van de computer waarmee verbinding wordt gemaakt wordt geregistreerd, terwijl tijdens het technisch onderzoek door de politie geen spoor van dit soort verbindingen is aangetroffen, anders dan sporen afkomstig van bij verdachte in beslag genomen computermateriaal.

Het voorgaande met betrekking tot de werking van het programma Teamviewer wordt niet, dan wel in onvoldoende mate, weerlegd door het de verdediging overgelegde rapport van naam computerdeskundige, computerdeskundige, van 16 maart 2016. In voornoemd rapport worden weliswaar diverse mogelijkheden beschreven van de wijzen waarop door onbekend gebleven derden ongemerkt kan zijn ingelogd op de privé-server van verdachte, echter dat één van die mogelijkheden zich hier ook daadwerkelijk heeft voorgedaan is op basis van het technisch onderzoek van de politie op geen enkele wijze gebleken.

De verweren worden verworpen.

Strafoplegging

Verdachte is in eerste aanleg ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met oplegging van een aantal algemene en bijzondere voorwaarden.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot dezelfde straf als opgelegd door de rechter in eerste aanleg, met overneming van de algemene en bijzondere voorwaarden en onder toevoeging van de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich op aanwijzing van de reclassering verplicht zal laten behandelen voor zijn persoonlijkheidsproblematiek bij een op dat gebied deskundige instelling.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Het hof stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde verplicht is zich gedurende de volledige proeftijd op door de reclassering te bepalen dagen en tijden te melden bij Reclassering Nederland en dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd houdt aan de aanwijzingen te geven door of namens de Reclassering Nederland, ook als deze aanwijzingen inhouden dat de veroordeelde zich onder behandeling zal stellen van een daartoe deskundige behandelinstelling.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF