'Machtsstrijd over persoonsgegevens. De zaak Schrems v. Data Protection Commissioner van het Europees Hof van Justitie'

Op 6 oktober 2015 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak gedaan in de zaak Maximillian Schrems tegen Data Protection Commissioner. De zaak betrof de legitimiteit van de doorvoer van persoonsgegevens van Europese burgers naar landen buiten de EU, in het bijzonder de Verenigde Staten. De Richtlijn bescherming persoonsgegevens stelt dat persoonsgegevens alleen naar derde landen mogen worden doorgevoerd als daar een passend beschermingsniveau wordt gewaarborgd. De Europese Commissie had in een beschikking vastgesteld dat de Verenigde Staten inderdaad een dergelijk beschermingsniveau kent. Het Hof van Justitie heeft deze beschikking echter ongeldig verklaard. De mogelijke gevolgen van deze uitspraak van het Hof van Justitie zijn groot, nu het voorlopig onduidelijk is of gegevensdoorvoer naar Amerika wel legitiem is.

Daarmee komt niet alleen de positie van Amerikaanse bedrijven, maar ook die van Europese bedrijven die in Amerika zijn gevestigd en die van Europese overheidsorganisaties die samenwerken met ofwel Amerikaanse bedrijven ofwel Amerikaanse overheidsinstanties onder druk te staan. Bij de afronding van dit artikel werd net bekend dat de EU en de VS een akkoord hebben bereikt over een nieuwe, aangepaste ‘safe harbor agreement’. Welke aanpassingen hierin zijn vervat, is nochtans onduidelijk en ook is ongewis of deze nieuwe regels de toets der kritiek van het Hof van Justitie zullen doorstaan.

Lees verder:

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF