Europees Parlement stemt in met Privacyverordening

Op 14 april heeft het Europees Parlement plenair ingestemd met de verordening gegevensbescherming samen met de richtlijn gegevensbescherming. 

In de Europese Unie bestaat de privacywetgeving van alle lidstaten nu nog uit de nationale implementatie van de Europese privacyrichtlijn uit 1995. In Nederland is de nationale uitvoering van de richtlijn de Wet bescherming persoonsgegevens.

De Europese privacyrichtlijn werd vastgesteld toen internet nog in de kinderschoenen stond. De Europese Commissie heeft daarom enkele jaren geleden geconstateerd dat de huidige richtlijn, ondanks het feit dat de algemene principes en rechten nog steeds geldig zijn, aan herziening toe is.

In januari 2012 heeft de Europese Commissie daarom voorstellen gepresenteerd voor een herziening van de Europese privacyregelgeving, bestaande uit een algemene verordening gegevensbescherming en een richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging.

Belangrijke elementen van de nieuwe Europese privacyverordening zijn onder meer:

  • versterking van de rechten van betrokkenen, waaronder het recht op dataportabiliteit;
  • versteviging van de onafhankelijkheid en bevoegdheden van de nationale privacyautoriteiten;
  • versterking van de verantwoordelijkheden van organisaties die persoonsgegevens verzamelen en gebruiken, waaronder de invoering van de verplichting voor organisaties om datalekken direct te melden;
  • introductie van een 'one stop shop'-systeem van toezicht voor bedrijven met vestigingen in meerdere EU-lidstaten of die diensten en goederen aanbieden in meerdere lidstaten, waardoor bedrijven nog maar met één toezichthouder zaken hoeven te doen.

Onder de nieuwe verordening zullen burgers beter in staat zijn hun persoonlijke gegevens in te zien, te wijzigen en te controleren. Ook is het 'recht om te worden vergeten' opgenomen in de wet, zodat burgers kunnen eisen oudere informatie over hen op het internet te verwijderen. 

De nieuwe regels, waar jaren intensief over is onderhandeld tussen de Europese Commissie, de EU-lidstaten en het EU-parlement, gaan 2018 in. Dan moeten alle 28 EU-lidstaten de regels hebben omgezet in nationale wetgeving.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF