Man vervolgd wegens plaatsen (zeer) racistische beelden op internet in een "racistische thread". Berechting gerechtvaardigde inbreuk cfm. art. 10 EVRM. Toepassing art. 9a Sr.

Gerechtshof Amsterdam 22 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1100

De verdachte heeft samen met anderen, onder wie medeverdachte, in 2009 de website nieuw leven ingeblazen, met als hoofdonderwerpen: bier, boksen en barbecue. De domeinnaam website stond sinds 2003 op naam van de verdachte geregistreerd.

Op deze website is medeverdachte op 30 juni 2011 de zogeheten Racistische Thread begonnen. Zijn inleidende tekst bij deze Thread - een reeks op een internetsite of -forum geplaatste bijdragen (posts) - luidde:

“In deze thread kan je al je racistische opvattingen en/of uitingen de vrije loop laten. We vatten ‘racisme’ breed op, dus ook Duitser-haat is ok”.

Medeverdachte heeft onder de namen ‘naam 1’ en ‘naam 2. naam 3’ afbeeldingen gepost op deze Thread. Ook de verdachte heeft daarop afbeeldingen gepost, onder andere alle afbeeldingen die in de tenlastelegging zijn omschreven. De Racistische Thread was vrij toegankelijk; er was geen registratie of lidmaatschap nodig om de Racistische Thread te bekijken. Het aantal personen dat afbeeldingen kon posten en verwijderen, de zogeheten moderators, was wel beperkt; door de verdachten is gesproken over aantallen die varieerden van 8 tot 20 moderators. Zij deelden in de kosten van de website.

Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) heeft drie keer getracht sommige, in zijn ogen discriminerende, afbeeldingen van internet verwijderd te krijgen: op 19 april 2012 is een verzoek tot verwijdering van de afbeeldingen gedaan door middel van het contactformulier op de website, op 24 april 2012 is een zelfde verzoek verzonden naar het e-mailadres dat was aangetroffen op het Facebook-profiel van website en op 1 mei 2012 is een verzoek tot verwijdering zowel naar bedoeld e-mailadres als via het contactformulier verzonden. Op geen van de verzoeken is gereageerd. Op 14 juni 2012 heeft MDI aangifte gedaan van discriminatie. Door de politie is vastgesteld dat de gewraakte afbeeldingen op 12 februari 2013 nog steeds op de website te zien waren. Na zijn verhoor, eind februari 2013, heeft de verdachte de Racistische Thread naar een besloten gedeelte van website verplaatst.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De verdachte heeft aangevoerd dat het MDI/openbaar ministerie onvoldoende inspanningen heeft verricht om de personalia van de verdachte te achterhalen, opdat de verdachte in de gelegenheid kon worden gesteld de Racistische Thread, althans de als racistisch beschouwde afbeeldingen, van internet te verwijderen. Hij heeft hiertoe het volgende betoogd.

De berichten die binnenkwamen via een op de website te downloaden contactformulier, kwamen terecht in een soort “catch all box”, waarin ook spamberichten werden ontvangen. De berichten in die “catch all box”, die na een paar weken door ‘de server’ wordt geleegd, werden door de verdachte niet gelezen. Als op internet was gezocht op “website”, dan waren de persoonsgegevens van de verdachte, inclusief zijn emailadres, direct boven water gekomen. Op dat e-mailadres had de verdachte kunnen worden aangeschreven. Met het Facebook-profiel - ter promotie van de website - had de verdachte geen bemoeienis, zodat hem niet kan worden verweten dat berichten die het MDI heeft verzonden naar het op het Facebook-profiel aangetroffen e-mailadres hem niet bereikten.

Voorts heeft de verdachte het openbaar ministerie incompetent handelen verweten doordat het heeft nagelaten een volledige kopie van de Racistische Thread te maken op het moment van de aangifte.

Voor zover de verdachte hiermee heeft bedoeld te betogen dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging, wordt dit verweer verworpen op grond van het volgende.

Naar het oordeel van het hof was het de verantwoordelijkheid van de verdachte kennis te nemen van de berichten die via het contactformulier van de website werden verstuurd, welke website op zijn naam stond. De omstandigheid dat hij dat naliet, kan niet aan het MDI of aan het openbaar ministerie worden tegengeworpen. Ook het feit dat het MDI berichten heeft gestuurd naar een e-mailadres dat was aangetroffen op het Facebook-profiel van website, leidt geenszins tot het oordeel dat onzorgvuldig is gehandeld. Het hof laat nog daar dat het opsporen van een websitebeheerder, opdat die kan worden gemaand uitlatingen van een website te verwijderen, geen vereiste is om tot vervolging te kunnen overgaan.

Voor wat betreft het nalaten door het openbaar ministerie een volledige kopie te maken van de gehele Racistische Thread, meteen nadat aangifte was gedaan door het MDI, overweegt het hof dat tijdens de procedure in hoger beroep veel als ontlastend materiaal aangeduide afbeeldingen van de Racistische Thread (ruim 150 bladzijden) zijn ingebracht en niet aannemelijk is geworden dat de verdachte op enigerlei wijze is belemmerd in zijn verdediging.

Bewijsoverwegingen

Toetsingskader

Artikel 137e, eerste lid, aanhef en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht (Sr), luidt als volgt:

"Hij die, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving, een uitlating openbaar maakt die, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, voor een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap beledigend is, of aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap".

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 16 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3583) ten aanzien van de termen beledigen en aanzetten tot discriminatie in de artikelen 137c en 137d Sr onder meer het volgende overwogen:

“4.4.2. Het, onder meer in art. 10 EVRM gegarandeerde, recht op vrijheid van meningsuiting staat aan een strafrechtelijke veroordeling ter zake van groepsbelediging en/of aanzetten tot discriminatie in de zin van art. 137c Sr onderscheidenlijk 137d Sr niet in de weg indien zo een veroordeling een op grond van art. 10, tweede lid, EVRM toegelaten – te weten een bij de wet voorziene, een gerechtvaardigd doel dienende en daartoe een in een democratische samenleving noodzakelijke - beperking van de vrijheid van meningsuiting vormt.

4.4.3. Bij de beoordeling van een uitlating in verband met de strafbaarheid daarvan wegens groepsbelediging en/of aanzetten tot discriminatie in de zin van voormelde wettelijke bepalingen, dient acht te worden geslagen op de bewoordingen van die uitlating alsmede op de context waarin zij is gedaan. Daarbij dient onder ogen te worden gezien of de gewraakte uitlating een bijdrage kan leveren aan het publiek debat of een uiting is van artistieke expressie. Tevens dient onder ogen te worden gezien of de uitlating in dat verband niet onnodig grievend is.

4.4.4. Bij de beoordeling van de vraag of een uitlating onnodig grievend is, dient, indien het gaat om een uitlating door een politicus in het kader van het publiek debat – het politieke debat daaronder begrepen – onder ogen te worden gezien enerzijds het belang dat de betreffende politicus daadwerkelijk in staat moet zijn zaken van algemeen belang aan de orde te stellen ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten, maar anderzijds ook de verantwoordelijkheid die de politicus in het publieke debat draagt om te voorkomen dat hij uitlatingen verspreidt die strijdig zijn met de wet en met de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat. Daarbij gaat het niet uitsluitend om uitlatingen die aanzetten tot haat of geweld of discriminatie maar ook om uitlatingen die aanzetten tot onverdraagzaamheid”.

Het hof stelt voorop dat aan de term ‘beledigend’ in artikel 137e Sr dezelfde betekenis toekomt als in artikel 137c Sr. Voorts moeten de in de tenlastelegging opgenomen, aan artikel 137e Sr ontleende, wettelijke termen worden geacht dezelfde betekenis te hebben als daaraan toekomt in de genoemde strafbepalingen. Dit brengt mee dat vrijspraak dient te volgen, indien de tenlastegelegde afbeeldingen niet kunnen worden aangemerkt als beledigend dan wel indien deze als (niet onnodig grievende) bijdragen aan het maatschappelijk debat kunnen worden beschouwd. Het aanzetten tot haat, discriminatie of gewelddadig optreden is niet tenlastegelegd.

Betekenis afbeeldingen

De tenlastegelegde afbeeldingen hebben op zichzelf onmiskenbaar de strekking negroïde personen bij het publiek in een kwaad daglicht te stellen vanwege hun ras. Het gaat daarbij om getekende of gefotografeerde/gefotoshopte negroïde personen waarbij

  • twee van hen, aan elkaar “geknoopt” als hangmat dienen voor een (in die hangmat) gelegen aanhanger/lid van de Ku Klux Klan met de tekst “around blacks relax”;
  • een kleuter, gezeten in een metalen winkelwagentje, die door de spijlen daarvan kijkt, met de tekst “get used to looking thru them bars little nigga”;
  • een uitgemergelde persoon, met de tekst “Aids, fixing God’s mistakes, one nigger at a time”;
  • een kind staat naast een groep van 10 blanke kinderen die een bord dragen met de tekst “my bike was stolen” en het negroïde kind een bord draagt met de tekst “I have 10 new bikes”.

Met deze afbeeldingen worden negroïde personen als groep in diskrediet gebracht en wordt de waardigheid van de groep ernstig aangetast. De minderwaardigheid van negroïde personen ten opzichte van personen van andere rassen wordt in de afbeeldingen sterk benadrukt. Zij worden neergezet als minderwaardige, criminele wezens die als voorwerp kunnen worden gebruikt, achter de tralies horen of hun bestaan op aarde niet waard zijn.

De verdachte heeft zelf verklaard dat hij de afbeeldingen op zichzelf racistisch van aard vindt en dat hij ze juist om die reden heeft gepost op de Racistische Thread. medeverdachte heeft erkend dat de afbeeldingen op zichzelf als schokkend kunnen worden ervaren. De verdachten hebben er tevens welbewust voor gekozen de Racistische Thread op de website vrij toegankelijk te houden.

De verdachte heeft zich echter tevens op het standpunt gesteld dat de afbeeldingen in het licht van de context van de Racistische Thread niet als beledigend kunnen worden aangemerkt op grond van het volgende. Het was de bedoeling met de Racistische Thread te laten zien wat er aan racistische opvattingen op internet te vinden was; de Racistische Thread als geheel is juist een aanklacht tegen racisme. De geposte afbeeldingen zijn geen van alle van eigen fabricaat, maar zijn afkomstig van andere websites. De Racistische Thread moet met “een dosis ironie” worden bekeken. Voor de (reguliere) bezoekers, wier aantal gering was, was het duidelijk dat de site niet racistisch bedoeld was. De verdachte heeft in dit verband gesproken van een “kleine, hechte gemeenschap”. Het selecteren van afbeeldingen, zoals het MDI en het openbaar ministerie hebben gedaan, is ‘cherrypicking’ en doet geen recht aan de betekenis en strekking van de Racistische Thread als geheel, waarin meer dan 1.000 afbeeldingen zijn gepost en die - gewoon door te scrollen - vanaf de eerste post kan worden bekeken/gevolgd.

Daar staat naar het oordeel van het hof tegenover dat ook vele andere afbeeldingen/uitlatingen in de Racistische Thread dan die welke in de tenlastelegging zijn genoemd, beledigend zijn voor personen wegens hun ras. Het hof heeft hier bijvoorbeeld het oog op een foto van Michelle Obama die haar gezicht in een grimas trekt die gelijkenis vertoont met de grimas van de haar op de foto omringende chimpansees. Ook wijst het hof op de tekst “dus je neemt gewoon een Marokkaantje ipv kerstboom dit jaar? die kan je twee keer aftuigen voordat je hem in de fik steekt…”. Voorts is er, op een enkele opmerking na - waarbij het hof refereert aan de uitlating “slechte oude mop” die de verdachte heeft gepost bij laatstgenoemde tekst -, geen enkele aanwijzing dat de betrokkenen/moderators afstand nemen van de geplaatste afbeeldingen, bijvoorbeeld door middel van een zogenaamde disclaimer. De afbeeldingen zijn voor het overgrote deel zonder begeleidende tekst geplaatst. Bij het merendeel van de afbeeldingen is ook anderszins de genoemde ironie niet (zonder meer) herkenbaar. In zoverre zijn de als ontlastend ingebrachte afbeeldingen niet als relativerende context aan te merken.

Het hof wil wel aannemen dat het iemand die de hele Racistische Thread vanaf het begin bekijkt, duidelijk is dat met de afbeeldingen geen racistische opvattingen worden uitgedragen, maar daarbij gaat het om degenen die tot de inner circle van de bezoekers van de site behoren, een naar eigen zeggen van de verdachte beperkte groep. De subjectieve opvattingen van de inner circle kunnen echter niet de maatstaf vormen of bepalen aan de hand waarvan het beledigende karakter van de afbeeldingen beoordeeld moet worden. Het kan aan objectief waarnemende buitenstaanders niet worden tegengeworpen dat zij de door een bepaalde groep in eigen kring beleden ironie niet zien, laat staan delen. Illustratief in dit verband is het antwoord van de verdachte op de vraag naar de context van de afbeeldingen: “dat is moeilijk leggen, je moet een week meeposten om de flow te voelen”.

Het standpunt van de verdachte komt er in wezen op neer dat het ook zonder toereikende toelichting of relativering voor buitenstaanders onmiskenbaar was dat geen sprake was van racistische afbeeldingen. Het hof deelt dat standpunt niet, zoals volgt uit het hiervoor overwogene. Daar komt nog bij dat de moderators onder een alias afbeeldingen en teksten konden posten en dat de verdachte niet alle moderators persoonlijk kenden, zodat de posts van de hem niet bekende moderators mogelijk juist wel waren ingegeven door racistische opvattingen.

Met het voorgaande staat vast dat de afbeeldingen, ook in de context bezien, beledigend zijn voor negroïde personen wegens hun ras. Maar daarmee is nog niet gezegd dat de verdachte bij het openbaar maken daarvan opzet had op het beledigende karakter van de afbeeldingen. Zoals hiervoor is overwogen, heeft de verdachte verklaard dat hij de afbeeldingen op zichzelf racistisch van aard vond, maar zijn beroep op de context van de afbeeldingen impliceert dat die in zijn ogen het racistische karakter aan de afbeeldingen ontneemt. Hij heeft tevens gesuggereerd dat hij de Racistische Thread onmiddellijk van (het openbare gedeelte van) de website zou hebben gehaald als hij zich bewust was geweest van het beledigende karakter van de afbeeldingen. Het hof is er, in het licht van hetgeen de verdachte terzake heeft aangevoerd en hetgeen door de ter terechtzitting in hoger beroep gehoorde getuigen is verklaard, van overtuigd dat de verdachte bedoeld opzet niet had. Dat geldt ook voor voorwaardelijk opzet, nu het hof aanneemt dat de verdachte de (aanmerkelijke) kans dat de afbeeldingen beledigend waren niet willens en wetens heeft aanvaard. Voor zover aan hem opzettelijk handelen - in die zin dat hij wist dat de afbeeldingen beledigend waren - wordt verweten, zal hij dan ook worden vrijgesproken van hetgeen hem is tenlastegelegd.

Wel is het hof van oordeel dat de verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat de tenlastegelegde afbeeldingen, ook bezien in de context van de gehele Racistische Thread, beledigend waren voor negroïde personen wegens hun ras. De verdachte heeft, zoals gezegd, het racistische karakter van de tenlastegelegde afbeeldingen op zichzelf toegegeven en heeft zich voor het overige - in het bijzonder voor wat betreft de context van de gehele Racistische Thread - laten voorstaan op de binnen de inner circle gedeelde ideeën. Hij heeft zich geen rekenschap willen geven van de buiten die inner circle bestaande opvattingen en, ook bij gelegenheid van zijn berechting, geen begrip willen opbrengen voor degenen die zijn ideeën niet deelden.

Maatschappelijk debat – artistieke expressie

Door geen van de verdachten is aangevoerd dat de Racistische Thread is voortgekomen uit (behoefte) aan artistieke expressie zodat de Racistische Thread, nu daarvoor ook anderszins geen aanwijzingen bestaan, niet als een kunstuiting kan worden beschouwd.

Door medeverdachte is bij de politie verklaard dat het evenmin de bedoeling was met de Racistische Thread een maatschappelijke discussie te entameren. Bij de behandeling van de zaak in hoger beroep is weliswaar naar voren gekomen dat de verdachte met de Racistische Thread wilde laten zien wat er aan racistische opvattingen op internet te vinden was en dat de Racistische Thread een aanklacht tegen racisme is, maar mede gelet op de vorm die daarvoor is gekozen - in het bijzonder het zonder (relevant) commentaar plaatsen van racistische afbeeldingen - kan niet gesproken worden van (uitingen die bijdragen aan) een maatschappelijk debat waardoor het beledigende karakter aan de afbeeldingen zou worden ontnomen.

Het voorgaande brengt mee dat het hof tot een bewezenverklaring komt.

Strafbaarheid

Het hof stelt vast dat met de berechting/veroordeling van de verdachte inbreuk wordt gemaakt op het recht van de verdachte op vrije meningsuiting als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het Europees verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Het hof heeft dan ook te onderzoeken of die inbreuk gerechtvaardigd is als bedoeld in artikel 10, tweede lid, EVRM.

Artikel 10 EVRM luidt:

1. Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Dit artikel belet Staten niet radio- omroep-, bioscoop- of televisieondernemingen te onderwerpen aan een systeem van vergunningen.

2. Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.

De onderhavige inbreuk op het recht op vrijheid van meningsuiting is bij wet voorzien, te weten in de strafbepaling van artikel 137e Sr.

Het hof is voorts van oordeel dat de berechting/veroordeling van de verdachte dient ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen, te weten negroïde personen, en acht die in dat licht ook noodzakelijk in een democratische samenleving. De afbeeldingen zijn immers, zoals hiervoor al is overwogen, voor negroïde personen sterk diffamerend en hadden de strekking hen te discrimineren. Het hof neemt daarbij in het bijzonder in aanmerking dat het bij negroïde personen om een minderheidsgroepering van de (Nederlandse) bevolking gaat.

Op grond van het voorgaande en mede gelet op hierna te noemen beslissing over de strafoplegging, is het hof van oordeel dat de inbreuk op verdachtes recht op zijn vrijheid van meningsuiting niet in strijd is met artikel 10 EVRM.

Bewezenverklaring

Anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving een uitlating openbaar maken die, naar hij redelijkerwijs moet vermoeden, voor een groep mensen wegens hun ras beledigend is, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 500. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 1000, waarvan een gedeelte van € 500 in voorwaardelijke vorm.

Het hof legt geen straf of maatregel op. 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF