Kabinet reageert op zorgen College voor de Rechten van de Mens m.b.t. Wetsvoorstel computercriminaliteit III

Op 7 juli jl. heeft het College voor de Rechten van de Mens zijn jaarrapportage Mensenrechten in Nederland 2015 uitgebracht. Dit is de vierde jaarrapportage die het College sinds zijn oprichting in oktober 2012 heeft gepubliceerd. In zijn jaarrapportages rapporteert het College over de mensenrechtensituatie in Nederland en doet daarbij aanbevelingen aan het kabinet. 

Voor wat betreft het Wetsvoorstel computercriminaliteit III uit het College zijn zorgen om de omvangrijke privacy-inbreuken. Het College spreekt van "ongekend omvangrijke privacyinbreuken in wetsvoorstel Computercriminaliteit III".

De memorie van toelichting bevat wel uitgebreide overwegingen over de hedendaagse technologische ontwikkelingen die de bestaande onderzoeksmogelijkheden tekort doen schieten. Uit die overwegingen blijkt echter niet waarom er een dwingende maatschappelijke noodzaak is voor voorgestelde bevoegdheden die zó omvangrijk zijn. Daarnaast zijn de in het wetsvoorstel gecreëerde hackbevoegdheden niet duidelijk afgebakend. Vragen als bij welke vorm van verdenking mag worden gehackt (bij terroristische misdrijven is een ‘aanwijzing’ al voldoende), hoe lang dat mag gebeuren, welke gegevens vervolgens verzameld mogen worden en van wie en wat er daarna mee mag gebeuren, worden vooralsnog onvoldoende duidelijk beantwoord, aldus het College. 

Op 21 november jl. heeft Plasterk, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie, de Minister en Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister en Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gereageerd op het rapport.

Het wetsvoorstel regelt dat de politie op bevel van de officier van justitie en na machtiging van de rechter-commissaris de bevoegdheid krijgt een geautomatiseerd werk, zoals een computer of een smartphone, binnen te dringen en hierin onderzoekshandelingen te verrichten als onderdeel van haar onderzoek. Door de voortschrijdende techniek is voor de bestrijding van ernstige misdrijven het gebruik van dergelijke hackbevoegdheden noodzakelijk. Naar aanleiding van de advisering van de Raad van State en met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer is het wetsvoorstel aangepast en is de inzet van de meest vergaande bevoegdheden (het op afstand binnendringen in een geautomatiseerd werk, gevolgd door het doorzoeken van alle gegevens die in dat werk zijn opgeslagen en het overnemen van die gegevens) beperkt tot gevallen waarin sprake is van verdenking van zeer ernstige misdrijven waarop een wettelijke strafbedreiging van acht jaren of meer gevangenisstraf is gesteld en bij verdenking van enkele misdrijven die naar hun aard worden gepleegd met behulp van een geautomatiseerd werk (zoals een DDOS-aanval). Deze laatste misdrijven moeten zijn aangewezen bij algemene maatregel van bestuur. De misdrijven die raakvlakken hebben met de vrijheid van meningsuiting, zoals de belediging (art. 137c Sr), het aanzetten tot haat (art. 137d Sr) of de openbaarmaking van beledigende uitlatingen (art. 137e Sr), zullen niet worden aangewezen. Het kabinet is van mening dat hiermee ook tegemoet is gekomen aan de geuite zorgen van het College in de jaarrapportage. 

Lees verder:



Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF