Veroordeling wegens meerdere diefstallen met valse sleutel: pinnen met gestolen pinpas. Herkenning van pinner door verbalisanten (op camerabeelden van geldautomaat).

Rechtbank Noord-Holland 8 november 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:9342

Aanleiding 

Na uitwisseling van informatie op de interne internetsite van de politie bleek dat er zowel in de regio Rotterdam als Noord-Holland woninginbraken waren gepleegd waarbij onder meer pinpassen werden weggenomen en vervolgens – in sommige gevallen na ophoging van de daglimiet geldopname van de desbetreffende bankrekening – met die passen werd gepind bij een geldautomaat. De politie heeft camerabeelden opgevraagd die zijn gemaakt bij de verschillende pinautomaten. Deze camerabeelden zijn uitgekeken door verbalisanten, die hun bevindingen hebben opgenomen in afzonderlijke processen-verbaal waarbij zij tot de conclusie zijn gekomen dat steeds sprake is van dezelfde pinner. Na overleg werd besloten het onderzoek in Noord-Holland voort te zetten onder de naam 10Aberdeen en is de Rotterdamse zaak overgedragen aan Noord-Holland.

Op 22 maart 2016 werd een aantal van genoemde camerabeelden getoond in het televisieprogramma Opsporing Verzocht. Naar aanleiding van dit programma kwam verdachte in beeld. Op 19 mei 2016 is verdachte aangehouden terzake een woninginbraak in Kuinre. De verbalisanten werkzaam bij politieregio Zwolle hebben verdachte verhoord en herkenden hem als zijnde de pinner die was te zien op de beelden die zij van de politie Alkmaar hadden ontvangen. Vervolgens is verdachte op bevel van de officier van justitie aangehouden als verdachte in het onderzoek 10Aberdeen.

Bewezenverklaring 

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gekwalificeerde vermogensdelicten. Hij heeft met gestolen bankpassen en bijbehorende pincode bij verschillende geldautomaten grote geldbedragen opgenomen. Deze bankpassen waren op geraffineerde en professionele wijze gestolen uit verschillende woningen, verspreid over Nederland. De inbreker leek precies te weten waar de goed opgeborgen pinpas met bijbehorende pincode zich in de betreffende woning bevond. Direct na de inbraak, soms nog diezelfde dag, werd de gestolen bankpas door verdachte gebruikt om bij verschillende geldautomaten geld te pinnen. In sommige gevallen werd eerst nog de opname dag limiet van betreffende bankrekening verhoogd, zodat verdachte in staat werd gesteld om grote bedragen op te nemen. Aangezien deze transacties vrij kort na de inbraak hebben plaatsgevonden, kan het niet anders dan dat verdachte nauw moet hebben samengewerkt met de inbreker(s).

Standpunt van de verdediging

Namens verdachte is integrale vrijspraak bepleit voor alle feiten op de tenlastelegging omdat er onvoldoende overtuigende bewijsmiddelen door de officier van justitie zijn gepresenteerd. Voor zover er op onderdelen een aanwijzing zou kunnen worden gevonden in de verklaringen van individuele verbalisanten waarin deze op basis van subjectieve waarnemingen tot de conclusie komen dat de pinner op de verschillende beelden dezelfde persoon is en vervolgens tot een herkenning van verdachte komen levert dit in de visie van de verdediging op geen enkele wijze een direct bewijsmiddel op.

Vrijspraak

Feit 1

Op 3 juni 2015 heeft slachtoffer 1 aangifte gedaan van inbraak in zijn woning, waarbij onder meer zijn Rabobankpas is gestolen alsmede een Rabobankpinpas van de slachtoffer 2 , met bijbehorende pincodes. Later die dag bleek dat met beide betaalpassen in Medemblik (om 15:50 uur en 15:51 uur) geld gepind was.

De politie kreeg van de Rabobank de beschikking over de camerabeelden van de bewuste transacties op 3 juni 2015. Bij het bekijken van de camerabeelden van voornoemde transacties beschrijft verbalisant 1 dat de persoon die met voornoemde pinpassen geld heeft gepind als volgt. Het betreft een man, gekleed in een donkere jas en met een grijskleurige pet op zijn hoofd. Hij draagt een zonnebril, houdt zijn linkerhand voor zijn mond en draagt schoenen met een lichtkleurige zool. Verbalisant 1 heeft deze beelden vergeleken met de beelden in andere zaken (waaronder die op de tenlastelegging) en concludeert dat het gelet op de pinhouding (met de linkerhand voor de mond), de overeenkomende zonnebril en pet hier steeds om vermoedelijk dezelfde dader gaat, te weten verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak niet geconcludeerd kan worden dat de pinner dezelfde persoon is als de pinner op de andere camerabeelden (1.) omdat de kwaliteit van de screenshots in deze zaak slecht is en (2.) omdat de verdachte persoon op de screenshots alleen van bovenaf en van een afstand te zien is en (3) omdat er onvoldoende specifieke en onderscheidende (lichaams)kenmerken op de screenshots zijn waargenomen. Nu voorts geen proces-verbaal van herkenning met betrekking tot deze zaak is opgemaakt en de rechtbank niet met zekerheid kan vaststellen dat verdachte de persoon is die op de beelden is te zien, kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte degene is geweest die op 3 juni 2015 met de pinpas van benadeelde slachtoffer 1 geld heeft gepind, zodat verdachte van dit feit zal worden vrijgesproken.

Feit 8

Op 7 maart 2015 heeft slachtoffer 13 aangifte gedaan van inbraak in haar woning aan de adres 2 te Nieuwe ter Aa, gepleegd op 7 maart 2015, waarbij VVV bonnen ter waarde van € 150,- en een geldbedrag van € 1800,- zijn weggenomen. Getuige heeft op 7 maart 2015 gezien dat er op de oprit van aangeefster twee mannen liepen die vervolgens in een zwarte BMW, type Sedan, voorzien van het kenteken stapten. De BMW reed daarna hard weg. Ze schat de leeftijd van de mannen rond de 25 jaar. Eén man had een getint/Marokkaans uiterlijk, zwart opgeschoren haar, smal gezicht, ongeveer 1.85 meter met een smal postuur. De andere man was blank, droeg een lichtkleurig petje en had een normaal postuur. Naar aanleiding van de verklaring van getuige werd onderzoek gedaan naar de te naam gestelde van het kenteken. Het voertuig stond geregistreerd op naam van verdachte.

Het enkele feit dat de auto die op naam van verdachte staat is gezien bij de inbraak is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om wettig en overtuigend bewezen te verklaren dat verdachte betrokken is geweest bij deze inbraak. Nu ook het signalement van de daders niet specifiek genoeg is om de inbraak aan verdachte toe te rekenen zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder 8 tenlastegelegde feit.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF