Veroordeling wegens oplichting van (web)winkels door identiteitsfraude, ontdekt door hulpverlener verdachte

Rechtbank Overijssel 20 oktober 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:4065

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting van (web)winkels door gebruik van identiteitsgegevens van derden. Hiermee heeft verdachte heeft grote overlast en ergernis bij de gedupeerden veroorzaakt. 

Verdachte woonde gedurende de tenlastegelegde periode samen met medeverdachte op verschillende adressen. In deze periode kregen zij hulp bij hun financiële administratie. Zij hebben al hun administratie overgedragen aan hulpverlener zodat zij de administratie kon ordenen en doornemen. Hulpverlener ontdekte tussen de ontvangen papieren diverse loonstroken, kopieën van paspoorten, bankafschriften, diverse contracten en afleveringsbonnen van andere personen dan verdachte en de medeverdachte. Deze stukken zijn bij de politie afgeleverd, waarop zij een onderzoek heeft ingesteld. Uit het onderzoek bleek dat er op grote schaal identiteitsfraude is gepleegd, evenals valsheid in geschrift en (poging) oplichting. Er zijn meerdere telefoonabonnementen afgesloten, goederen besteld en diensten afgenomen, waarbij de identiteitsgegevens van anderen zijn gebruikt.

Verdachte heeft bekend een aandeel te hebben gehad in het plegen van deze feiten, maar heeft daarbij uitdrukkelijk te kennen gegeven dat dit zonder medeweten en handelen van zijn partner en medeverdachte  is gebeurd.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het door verdachte geschetste alternatieve scenario, inhoudende dat hij op verzoek van een ander (niet zijnde medeverdachte) alleen adressen heeft geregeld en pakketjes in ontvangst heeft genomen, zeer aannemelijk is.

De rechtbank overweegt met betrekking tot het door verdachte gegeven alternatieve scenario dat dit onvoldoende aannemelijk is geworden. Verdachte heeft enkel een niet te verifiëren naam genoemd, zonder daarbij melding te maken van verdere aanknopingspunten. De rechtbank acht, gelet hierop, niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde samen heeft gepleegd met een derde persoon.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk passend en geboden is. Aan het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door Tactus verslavingszorg.


Lees hier de volledige uitspraak. 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF