Raad van State: stelsel van toezicht in nieuwe Wiv schiet tekort

De Afdeling advisering van de Raad van State concludeert dat het stelsel van toezicht in het voorstel voor een nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten tekortschiet. Dit staat in het advies over het wetsvoorstel dat op 28 oktober 2016 openbaar is geworden.

Lees hier de samenvatting van het advies.

Twijfels over effectiviteit van het stelsel van toezicht

De Afdeling advisering heeft ernstige twijfels over de daadwerkelijke effectiviteit van dat stelsel. Deze effectiviteit van het toezicht is van wezenlijk belang voor de werking van de voorgestelde nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De Afdeling advisering heeft daarom bezwaar tegen de inhoud en opzet van het voorgestelde stelsel van toezicht. Zij adviseert het wetsvoorstel op dit punt niet in zijn huidige vorm bij de Tweede Kamer in te dienen.

Vereisten van het EVRM

De Afdeling advisering concludeert overigens dat het wetsvoorstel ook een aanzienlijk aantal belangrijke waarborgen bevat waarmee voldaan wordt aan enkele essentiële vereisten van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Wel is de Afdeling advisering kritisch over de proportionaliteit van met name de grootschalige gegevensverzameling (Big Data). Wat betreft de bewaartermijn van drie jaar voor gegevens die via de voorgestelde brede interceptiebevoegdheid worden verkregen, is de Afdeling advisering er niet van overtuigd dat het wetsvoorstel en de memorie van toelichting op alle punten daadwerkelijk voldoen aan de EVRM-vereisten.

Wetsvoorstel ingediend bij Tweede Kamer 

Op dezelfde dag dat het advies van de Afdeling is gepubliceerd, is het wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. 

Modernisering Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

Met het wetsvoorstel moderniseert het kabinet de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten uit 2002. De Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten (AIVD en MIVD) krijgen de bevoegdheid om ook kabelgebonden telecommunicatie te onderzoeken. Willen de diensten hun taken adequaat kunnen blijven uitvoeren, is het noodzakelijk dat de bevoegdheden en bijbehorende waarborgen meegaan met de tijd. Door voortschrijdende technologische ontwikkelingen lopen inmiddels bijna alle datastromen (telefonie, internet, e-mail en sociale media) via de kabel. Ook terroristen die aanslagen willen plegen in Europa of strijden in buitenlandse conflictgebieden maken hier veelvuldig gebruik van, bijvoorbeeld voor rekrutering en commandovoering. De bescherming van het high tech bedrijfsleven, de vitale sectoren en de overheid tegen cyberaanvallen vergt ook een modernisering van de wet.

De nieuwe wet stelt extra voorwaarden om de privacy van Nederlandse burgers zo goedmogelijk beschermen. De bevoegdheid om tevens kabelgestuurde telecommunicatie te onderzoeken, gaat gepaard met eenuitbreiding van de controle. Inzet van de bevoegdheden vindt doelgericht plaats, met een onafhankelijke bindende toetsing vooraf en toezicht tijdens de inzet en achteraf.

Voordat een onderzoeksopdrachtgerichte interceptie wordt uitgevoerd, is toestemming van de minister en van een onafhankelijke commissie met rechterlijke achtergrond nodig, de zogeheten Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). De commissie toetst vooraf of de toestemming voldoet aan de vereisten. Zo niet, wordt toestemming niet verleend. Deze toetsing gaat ook gelden voor de inzet van reeds bestaande bijzondere bevoegdheden van de diensten zoals bijvoorbeeld het tappen van telefoongesprekken en hacken van computers. Daarnaast is het eventuele gebruik van verkregen dataaan strikte regels en bewaar- en vernietigingstermijnen gebonden.

Ook de bevoegdheden van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) worden versterkt. De CTIVD gaat fungeren als zelfstandige klachtinstantie die bindende uitspraken kan doen over klachten van burgers. De tijdelijke regeling die in het leven was geroepen voor de inzet van bevoegdheden jegens advocaten en journalisten wordt in de wet verankerd, met dien verstande dat voor deze inzet voortaan toestemming van de rechtbank Den Haag noodzakelijk is.

In de nieuwe wet zijn de regels voor samenwerking van de AIVD en MIVD met diensten van andere landen vastgelegd. Het tijdig delen van inlichtingen is van doorslaggevend belang voor onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Er moet recht kunnen worden gedaan aan de ‘need to share’ om terroristische aanslagen te voorkomen, en zo ook in geval van militaire operaties met bondgenoten. Tegelijkertijd moet bij de samenwerking en uitwisseling van gegevens vanzelfsprekend rekening worden gehouden met factoren als fundamentele rechten en democratische inbedding. Dit wordt in de wet opgenomen. De toestemming voor het delen van grote sets ligt in handen van de betrokken minister. Ook hier houdt de CTIVD toezicht op.

Het wetsvoorstel komt in menig opzicht tegemoet aan de reacties uit de medio 2015 gehouden internetconsultatie en de door de Tweede Kamer gevraagde Privacy Impact Assessment (PIA). 

 

Voor meer informatie: 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF