Opsporing 3.0: De politie als informatiefabriek

De politie zit op een goudmijn aan informatie, maar gebruikt er hooguit een kwart van, constateert korpschef Erik Akerboom. De voortschrijdende digitalisering van de misdaad dwingt het korps om kritisch te bezien hoe up-to-date de opsporing functioneert en werkt door in de samenstelling van het personeelsbestand. ‘Wat mij betreft is de opgelegde sterkte van 49.802 fte’s niet heilig.’

Anders naar veiligheid kijken. Dat verwacht korpschef Erik Akerboom van zijn mensen. En beter inzicht krijgen in de schuilplaats die internet de georganiseerde criminaliteit biedt. ‘De traditionele misdaadcijfers dalen, maar hoe betrouwbaar zijn zulke statistieken nog? Steeds meer misdaad digitaliseert en raakt buiten ons blikveld. Als wij onlinemisdrijven mee konden tellen, doen ze de daling van de traditionele misdaad ongetwijfeld teniet. Wij hebben onvoldoende zicht. Daar moet verandering in komen. En snel, want de tijd dringt.’

Groeimarkt

Het digitale aspect telt steeds zwaarder mee in de opsporing. Tot een paar jaar geleden wisselden criminelen regelmatig van simkaart of gsm. Nu werken ze met smartphones voorzien van Pretty Good Privacytechniek. Versleutelde communicatie die rechercheurs het nakijken geeft, is gemeengoed in het criminele circuit. Daar blijft het niet bij. GPS-trackers om tegenstanders te volgen en te liquideren. Het dark web als enorme groeimarkt voor de drugshandel. Meer burgers die ten prooi vallen aan datadiefstal, vanwege onvoldoende beveiligde smartphones, laptops en iPads. Voorbeelden genoeg.

Bittere noodzaak

De politie ontwikkelt zich eveneens, maar innovaties gaan razendsnel. Akerboom: ‘Dat maakt het lastig om als grote organisatie in het vereiste tempo mee te bewegen. Daarom pleiten wij voor invoering van de nieuwe wet op de computercriminaliteit. Die verschaft ons mogelijkheden om duistere praktijken op internet aan te pakken zoals het hoort. Bittere noodzaak, want de huidige strafvorderlijke bevoegdheden bieden op dit punt onvoldoende soelaas.’

Nieuwe keuzes

Zijn korps zit te springen om andere expertise en middelen: ‘In deze tijden kan ik niet verkopen dat de politie onvoldoende geld heeft voor innovatie. Driekwart van ons budget gaat op aan salarissen, de rest vrijwel helemaal aan materiële zaken. Voor technologische ontwikkeling blijft amper wat over. Wat mij betreft is de opgelegde sterkte van 49.802 fte’s niet heilig. Door daaraan vast te houden, kunnen we niet meebewegen met wat er in de maatschappij gebeurt. We hebben collega’s nodig met andere vaardigheden en informatietechnologie voor data-analyse. Als de politiebegroting niet hoger kan of mag, moet ik met fte’s kunnen schuiven. Desnoods iets minder rechercheurs, maar wel met de vereiste cyberdeskundigheid. Politiewerk blijft altijd mensenwerk. We moeten echter oog houden voor de voortschrijdende techniek.’

Data-analisten

Het korps zit volgens Akerboom op een goudmijn: ‘Het is hoog tijd om die optimaal te ontginnen. Van de schat aan informatie waarover de politie beschikt, gebruiken we nu namelijk slechts ongeveer een kwart. We ontsluiten alsmaar meer data. Via sociale media, digitaal beslag, het onderscheppen van communicatie, het doorzoeken van databases, enzovoort. Het verwerken van gigantische hoeveelheden gegevens wordt aanzienlijk belangrijker. Daar hebben we meer data-analisten voor nodig. Jonge analisten die begrijpen waar ze naar moeten kijken. Die verschuiving krijgt gevolgen voor de samenstelling van ons personeelsbestand. Dat verandert sowieso ingrijpend, want veel recherchemedewerkers naderen hun pensioen. Momenteel beschikt elke eenheid van het korps over te weinig specialisten voor het analyseren en duiden van data. Daar gaan we het niet mee redden en de samenleving kan het zich niet permitteren dat de politie deze wedloop verliest.’

Handelingssnelheid

De Raffinaderij beschouwt de korpschef als een goed voorbeeld. ‘Deze geavanceerde voorziening binnen ons korps kan in hoog tempo data ontsluiten. Uit open bronnen, in beslag genomen telefoons, automatische kentekenregistratie en noem maar op. Met dit instrument duiden we de betekenis van data, visualiseren we die en leggen we verbanden tussen ogenschijnlijk ongerelateerde gebeurtenissen. Door automatisering kunnen wij onze analyses bijna realtime aanbieden aan agenten en rechercheurs. Onze handelingssnelheid tijdens opsporing of terrorismebestrijding krijgt een geweldige oppepper en brengt een proactieve aanpak van criminaliteit binnen bereik. Door de komst van de Raffinaderij halen we veel meer uit die goudmijn naar boven dan ooit tevoren. Op die weg wil ik verder.’

Niet blindstaren

Eigenlijk is zijn korps een enorme informatiefabriek, vindt Akerboom: ‘Data verwerken hoort een corebusiness voor de politie te zijn. Daarbij moeten wij de match tussen de verschillende generaties benutten. Ik zag er al mooie voorbeelden van bij de opsporing van de Dienst Infrastructuur. Al moeten we ons niet blindstaren op metadata en hoogopgeleide analisten. Ook de ogen, oren, kennis en kunde van de collega´s in uniformdienst blijven essentieel voor ons begrip en beeld van veiligheid. Wel mag de onderlinge relatie tussen blauw en grijs een stuk intensiever. Aan mij en andere leidinggevenden de taak om die werelden meer te vervlechten. Om met elkaar – net als met onze externe partners – niet disciplinegericht, maar probleemgericht te gaan denken en handelen.’

Extra risico

Als iemand beseft dat de politie op een goudmijn zit, is het volgens Akerboom wel de beroepscrimineel: ‘Die doet er technisch en tactisch alles aan om zich toegang te verschaffen tot onze informatie. Corruptie inbegrepen. Wij vormen nu één korps, waardoor steeds meer informatiesystemen landelijk beschikbaar komen voor steeds meer collega’s. Een groot voordeel, waar natuurlijk wel risico’s aan kleven. Het hanteren van diverse screeningsniveaus is wezenlijk, maar het komt vooral aan op attent en zorgvuldig handelen. Op integriteit en verantwoordelijkheidsbesef tonen. En op specialisten in huis halen, die exact snappen wat er in de hoofden van bijvoorbeeld hackers omgaat. Want wie een tegenstander een stap voor wil blijven, moet begrijpen hoe deze denkt.’

Bron: Politie

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF