Verbeurdverklaring van in beslag genomen bitcoins en computerapparatuur waarmee de bitcoins zijn gedolven

Rechtbank Rotterdam 5 oktober 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:7596

De verdachte was betrokken bij hennepteelt, had geen fiscaal inkomen en beschikte over omvangrijke geldbedragen en dure apparatuur. Op grond van deze feiten en omstandigheden rijst een weerlegbaar vermoeden dat de verdachte beschikte over het in de tenlastelegging genoemde bedrag en de aldaar genoemde computerapparatuur terwijl deze zaken (middellijk of onmiddellijk) afkomstig zijn uit misdrijf.

Aan de verdachte is de gelegenheid geboden om dit vermoeden te ontzenuwen. Hij heeft daartoe aangevoerd - en met documenten onderbouwd - dat hij van het openbaar ministerie een eerder in beslag genomen geldbedrag van ongeveer € 36.000 heeft teruggekregen en dat hij van een familielid in China een bedrag van € 100.000 heeft geleend. Verder is aangevoerd dat de contante stortingen op een bankrekening een contra-indicatie vormen voor witwassen, omdat op die manier het geld open en bloot - zichtbaar voor banken en belastingdienst - voorhanden wordt gehouden.

Toegegeven kan worden dat de verklaring van de verdachte vragen oproept. Vastgesteld kan echter worden dat de officier van justitie die vragen bij het voorbereidend onderzoek en/of ter terechtzitting niet aan de verdachte heeft gesteld en ook overigens geen nader onderzoek naar het waarheidsgehalte van de verklaring heeft gedaan. De rechtbank acht de verklaring van de verdachte, mede gezien de cultuurverschillen tussen de Nederlands-Chinese gemeenschap waartoe de verdachte behoort en de Hollandse, niet zo ongeloofwaardig dat zij zonder meer als ongeloofwaardig terzijde kan worden gesteld. Evenmin kan worden gezegd dat de verklaring niet concreet en niet verifieerbaar is. Dat verificatie wordt bemoeilijkt omdat daarvoor informatie uit China nodig is, verandert daaraan niets. De verdachte kan er zelf immers niets aan doen dat hij familieleden heeft die in China wonen.

Naar het oordeel van de rechtbank lag het op de weg van de officier van justitie om nader onderzoek te doen naar de gestelde legale herkomst en nu dit niet is gedaan, is niet buiten twijfel dat het vermogen van de verdachte (middellijk of onmiddellijk) afkomstig was uit misdrijf.

Het onder 4 ten laste gelegde witwassen is niet wettig en overtuigend bewezen en de verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Verbeurdverklaring

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen computers, USB sticks, en 126,7986 bitcoins, verbeurd te verklaren.

De verdachte heeft 126,7986 bitcoins gedolven (vervaardigd) op aan hem toebehorende computers. Het delven van bitcoins vraagt bijzonder veel rekencapaciteit van computers en kost dan ook bijzonder veel energie. De computers van de verdachte draaiden op elektriciteit die buiten de meter om werd weggenomen. Ter zake van deze diefstal is de verdachte veroordeeld. Een en ander leidt tot de slotsom dat de op de beslaglijst vermelde bitcoins en computerapparatuur voorwerpen zijn die aan de veroordeelde toebehoren en door middel van het strafbare feit zijn verkregen c.q. met behulp van welke het feit is begaan. De rechtbank zal de 126,7986 bitcoins en de computerapparatuur dan ook verbeurd verklaren.

Onder de verdachte zijn 712,77135588 bitcoins in beslag genomen. Deze bitcoins zijn tegen de toentertijd geldende koers omgezet in euro’s. Dat leverde € 191.352,02 op. De verbeurdverklaring ziet op (126,7986 / 712.77135588 * € 191.352,02 =) € 34.040,61.


Lees hier de volledige uitspraak. 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF